Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder
a.hoofd van dienst: keuringsdierenarts, hoofd van de
gemeenschappelijke
keuringsdienst van slachtdieren en van vlees van de gemeenten Baarn,
Bunschoten en Eemnes;
b.destructiemateriaal A: doodgeboren slachtdieren, alsmede gestorven of
in nood
gedode slachtdieren, welke moeten worden onbruikbaar gemaakt voor
voedsel voor mens en dier, zonder dat een nader onderzoek ingevolge de
Vleeskeuringswet heeft plaatsgevonden;
c.destructiemateriaal B: destructiemateriaal, bedoeld in artikel 2,
eerste lid, sub b, f en
h van de Destructiewet;
d.destructiemateriaal C: overig destructiemateriaal, dat zich tot het
tijdstip van
ophalen door de ondernemer onder beheer of toezicht van de
keuringsdienst van slachtdieren en van vlees bevindt.