Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 2

Artikel 2

Onderdeel van Destructieverordening 1994

De aangifteplichtige doet van het hebben of houden van destructiemateriaal zo spoedig mogelijk doch uiterlijk op de eerste werkdag, volgende op de dag, waarop dit materiaal als zodanig is ontstaan, aangifte bij het hoofd van dienst, voor zover in de volgende artikelen niet anders wordt bepaald. Burgemeester en wethouders regelen de plaats, waar en de uren, binnen welke deze aangifte moet geschieden. De aangifte geschiedt telefonisch of schriftelijk onder opgave van de soort en de hoeveelheid van het destructiemateriaal, alsmede de plaats, waar het zich bevindt; de schriftelijke aangifte wordt in tweevoud opgemaakt. Burgemeester en wethouders stellen een model van het aangifteformulier vast (model 1). Door of vanwege het hoofd van dienst wordt een gewaarmerkt exemplaar van het ingevulde aangifteformulier verstrekt aan de aangifteplichtige.

Rechtspraak bij dit artikel