De aangifteplichtige doet van het hebben of houden van
destructiemateriaal zo spoedig mogelijk doch uiterlijk op de
eerste werkdag, volgende op de dag, waarop dit materiaal als
zodanig is ontstaan, aangifte bij het hoofd van dienst, voor
zover in de volgende artikelen niet anders wordt bepaald.
Burgemeester en wethouders regelen de plaats, waar en de uren,
binnen welke deze aangifte moet geschieden.
De aangifte geschiedt telefonisch of schriftelijk onder opgave
van de soort en de hoeveelheid van het destructiemateriaal,
alsmede de plaats, waar het zich bevindt; de schriftelijke
aangifte wordt in tweevoud opgemaakt.
Burgemeester en wethouders stellen een model van het
aangifteformulier vast (model 1).
Door of vanwege het hoofd van dienst wordt een gewaarmerkt
exemplaar van het ingevulde aangifteformulier verstrekt aan de
aangifteplichtige.