De aangifteplichtige is gehouden destructiemateriaal B en C te
bewaren, ter beschikking te stellen en af te geven voor vervoer
naar de destructor met in achtneming van de ter zake door het
hoofd van de dienst gegeven aanwijzingen.
Destructiemateriaal, genoemd in artikel 2, eerste lid, sub b, c,
d en f van de wet, alsmede dat, genoemd in artikel 2, tweede lid
van de wet, moet worden bewaard in daarvoor bestemde bakken, dan
wel metalen confiscaatemmers, tenzij het hoofd van de dienst ter
zake van de bewaring een andere regeling met de
aangifteplichtige treft.
Burgemeester en wethouders kunnen ten aanzien van het bepaalde
in dit artikel nadere voorschriften met betrekking tot
destructiemateriaal B of C vaststellen, indien ter zake van de
afgifte van dit materiaal een voorziening is getroffen, als
bedoeld in artikel 20 van de Destructiewet.