Naar hoofdinhoud
Het hebben van vermogen, meer dan het maximaal vrij te laten vermogen zoals bedoeld in artikel 34, tweede en derde lid van de Participatiewet is een belemmering voor het verlenen van bijstand. Indien dit vermogen bestaat uit een eigen woning, woonboot of woonwagen dan kan het college, rekening houdend met artikel 50, tweede lid van de Participatiewet, eveneens rekening houdend met artikel 34, tweede lid onder b en d van de Participatiewet, daarbij tevens rekening houdend met artikel 37, eerste lid van de Participatiewet, en artikel 48 eerste en tweede lid van de Participatiewet, de bijstand verstrekken in de vorm van een geldlening. Ter zekerheid kan het college een krediethypotheek of pandrecht vestigen op de woning, woonboot of woonwagen. Hoe het college hier mee om gaat heeft zij vastgelegd in deze beleidsregel.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel