Naar hoofdinhoud
1.. Indien bijstand wordt verleend in de vorm van een geldlening als bedoeld in  artikel 50, tweede lid van de Participatiewet, is de vorm hiervan de vestiging van een hypotheekrecht op een eigen woning of een woonschip zijnde een registergoed, en van de vestiging van een pandrecht op een woonwagen of een woonschip zijnde een niet-registergoed. 2.. Indien de bijstand over een periode van een jaar, te rekenen vanaf de eerste dag waarover bijstand wordt verleend, naar verwachting minder bedraagt dan het netto minimumloon, bedoeld in artikel 37, eerste lid van de Participatiewet, wordt niet tot de vestiging van een hypotheek- of pandrecht overgegaan. De eventueel te verlenen bijstand kan als geldlening of om niet verstrekt worden, afhankelijk van het bepaalde in artikel 50 van de Participatiewet  , samen met artikel 48, eerste en tweede lid van de Participatiewet. 3.. Verlening van bijzondere bijstand onder verband van hypotheek of pand is slechts mogelijk indien aan belanghebbende eveneens algemene bijstand wordt verstrekt. 4.. Het college verbindt aan de verlening van bijstand onder verband van krediethypotheek of -pand als bedoeld in het eerste lid de verplichting dat de belanghebbende zich schriftelijk bereid verklaart hieraan mee te werken. Bij weigering de verklaring te ondertekenen, kan geen bijstand of voorschot worden verstrekt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel