Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 2.2

Weigeringsgronden

Onderdeel van Bijzondere subsidieverordening voor opvang en begeleiding van kwetsbare burgers

1.. Onverminderd het bepaalde in artikel 4:35 van de Awb en artikel 9 van de ASA 2013 kan het college de subsidie geheel of gedeeltelijk weigeren indien gegronde reden bestaat om aan te nemen dat: soortgelijke activiteiten in andere boekjaren onder een andere gemeentelijke, provinciale of rijksregeling zijn gesubsidieerd; de subsidieaanvrager niet bijdraagt aan de gemeentelijke ketenbenadering; het product en het productievolume waarvoor subsidie wordt aangevraagd, niet aansluiten op de door het college geconstateerde behoefte aan het product; het product waarvoor subsidie wordt aangevraagd, niet kosteneffectief is, omdat de verhouding tussen het gevraagde subsidiebedrag per eenheid en de prestaties slechter is dan het stedelijk gemiddelde voor vergelijkbare activiteiten of dan een door het college te bepalen norm. 2.. In aanvulling op het bepaalde in artikel 9, tweede lid onder b, van de ASA 2013 wordt onder het begrip “de gemeente”, zoals genoemd in artikel 9, tweede lid onder b, van de ASA 2013, mede verstaan de in artikel 1.2, vijfde lid, van deze verordening bedoelde gemeenten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel