Naar hoofdinhoud
1.. De planning is de start van de cyclus en de basis voor het beoordelen van het resultaat. 2.. Het planningsgesprek vindt plaats in de maand januari of februari. 3.. De medewerker die na 1 maart van het kalenderjaar in dienst treedt, krijgt - in plaats van een planningsgesprek - begeleidingsgesprekken met de leidinggevende in het kader van de introductie (minimaal twee keer per jaar) en voegt pas het volgende kalenderjaar in bij de cyclus van jaargesprekken. 4.. De ontwikkel- en resultaatafspraken worden vastgelegd. Het verslag omvat tenminste de volgende onderwerpen: beschrijving van het beoogde resultaat in output termen (SMAART omschreven) beschrijving van ontwikkelpunten behorende bij de functie- en POP-afspraken; afspraken over ondersteuning van de organisatie in het algemeen en de leidinggevende in het bijzonder ter realisatie van de beoogde prestatie- en ontwikkelpunten. 5.. Het verslag van de planning wordt ondertekend door zowel de medewerker als de leidinggevende met wie het gesprek is gevoerd. 6.. Bij onenigheid tussen de medewerker en de leidinggevende over de afspraken beslist, na overleg, de naast hogere leidinggevende. De medewerker kan gebruik maken van de mogelijkheid om binnen twee weken schriftelijk commentaar te geven op planningsafspraken. 7.. Planningsafspraken worden in onderling overleg gemaakt. Een medewerker kan niet in bezwaar of beroep gaan tegen de gemaakte afspraken. 8.. De leidinggevende reikt een afschrift van het planningsverslag aan de medewerker uit. Het origineel wordt gearchiveerd in het voor dit doeleind beschikbare geautomatiseerde systeem.

Rechtspraak bij dit artikel