Naar hoofdinhoud
1.. Het beoordelingsgesprek vindt plaats in de maand november of december. 2.. De teamleider beoordeelt de medewerker. De concernmanager beoordeelt de teamleider. De directeur beoordeelt de concernmanager. De burgemeester beoordeelt de directeur. 3.. Op verzoek van de leidinggevende en/of de medewerker en in onderling overleg kan de P&O adviseur (bij uitzondering) gevraagd worden het beoordelingsgesprek bij te wonen om over de wijze van het gesprek te adviseren. De rol van de adviseur is toezicht te houden op de juiste interpretatie en uitvoering van de gesprekscyclus. 4.. De beoordeling heeft betrekking op de vooraf vastgestelde beoordelingscriteria en op de vooraf vastgestelde beoordelingsperiode. 5.. Bij het opstellen van de beoordeling vindt een evaluatie plaats die betrekking heeft op de afspraken over ondersteuning vanuit de organisatie en de leidinggevende. 6.. Ten behoeve van de resultaten bevat de beoordeling tenminste de volgende onderwerpen: beschrijving van de geleverde prestatie in resultaatgerichte termen ( SMAART omschreven) beschrijving van de vooruitgang in ontwikkelpunten 7.. De beoordelaar stelt de beoordeling in concept op en stuurt deze twee weken voor het beoordelingsgesprek naar de medewerker ter kennisgeving en geeft hierop een toelichting tijdens het beoordelingsgesprek. 8.. Wanneer tijdens het beoordelingsgesprek nieuwe informatie leidt tot aanpassing van de beoordeling, wijzigt de beoordelaar de beoordeling dienovereenkomstig. 9.. De medewerker krijgt aansluitend op het beoordelingsgesprek de al dan niet bijgestelde concept beoordeling toegezonden en heeft vervolgens twee weken de tijd een zienswijze aan te leveren, indien hij het niet eens is met de beoordeling (zie artikel 7). 10.. Wanneer er binnen twee weken géén zienswijze is aangeleverd, ondertekent de beoordelaar de beoordeling waarmee de beoordeling als besluit wordt vastgesteld. 11.. Een afschrift van de ondertekende beoordeling wordt (digitaal) aan de medewerker uitgereikt. Het origineel wordt binnen 4 weken nadat het gesprek is gehouden, gearchiveerd in het (digitale) systeem. 12.. De medewerker ondertekent het (digitaal) document voor akkoord. 13.. Tegen de beoordeling kan de medewerker bezwaar en beroep aantekenen (zie artikel 8).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel