Naar hoofdinhoud

Deel 3

Artikel 3.2

Aflossing leningen en bijzonder bijstand

Onderdeel van Beleidsuitvoeringsplan bijzondere bijstand en minimabeleid 2017

Algemeen Ten aanzien van het verstrekken van leningen hanteert de gemeente een voorliggende voorziening. In principe is sociaal.nl de aangewezen instantie om leningen te verstrekken aan bijstandsgerechtigden. Dit speelt met name bij leningen voor inrichtingskosten. Door de GKB wordt getoetst of een lening realiseerbaar is. Veelal zal een verzoek aan de gemeente volgen om de aflossingsruimte in de bijstand aan te wenden en zal worden verzocht om het vastgestelde aflossingsbedrag in te houden op de Participatiewet -uitkering. Bijzondere bijstand De gemeente hanteert voor inhouding voor aflossingen op leningen het volgende beleid: Maximaal 5% van de van toepassing zijnde Participatiewet -norm inclusief vakantietoeslag wordt aangewend voor de maandelijkse aflossing van een lening afgesloten via de GKB of via de gemeente. De 5%-norm wordt aangehouden vanwege een veronderstelde reserveringscapaciteit voor duurzame gebruiksgoederen in de norm. Indien de gewenste aflossingsbedragen door sociaal.nl uitstijgen boven de 5%-norm, dan wordt voor het meerdere bijzondere bijstand ‘om niet’ verleend (voor zover het gaat ombijzondere noodzakelijke kosten van het bestaan ). Centrale gedachte hierbij is dat een gerechtigde op een Participatiewet -uitkering niet in staat moet worden geacht om langdurig een deel van een toch al minimaal inkomen te moeten besteden aan de aflossing van schulden of een lening. De aanpassing van de normen per (half) jaar en de daaruit voortvloeiende wijziging van de aflossing en de bijzondere bijstand geschiedt door de administratie. NB: Wanneer men niet heeft afgelost conform bovenstaand beleid en er moet worden teruggevorderd, dan geldt het op dat moment geldende gemeentelijke terugvorderingsbeleid. Beslaglegging Indien er beslag wordt gelegd op de uitkering, dan zal, afhankelijk van de preferentie van de beslaglegging, de aflossing tijdelijk moeten worden beëindigd, omdat de gerechtigde op een Participatiewet -uitkering immers de bescherming heeft van de beslagvrije voet. Daardoor ontvangt hij altijd minimaal een bedrag van 90% van de voor hem geldende norm. In De Wolden is de aflossingsruimte vastgesteld op 5%. Hierdoor blijft er ruimte over voor beslaglegging en wordt de aflossing niet beëindigd bij beslaglegging. Als al beslag is gelegd op de uitkering op het moment van toekenning van leenbijstand, dan wordt de beslaglegging voortgezet en vindt aflossing van de lening pas plaats als het beslag is opgeheven. Dit geldt echter niet als er sprake is van terugvordering van bijstand. Terugvordering is een bevoorrechte vordering en zal tot gevolg hebben dat de meeste beslagleggingen door derden moeten worden opgeschort. Maatregel of boete Indien aan een belanghebbende een maatregel op grond van de Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ De Wolden is opgelegd of de Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive, dient de aflossing te worden stopgezet en achtereenvolgens eerst de boete en daarna de maatregel te worden verrekend. Dit gebeurt in principe in overleg met de belanghebbende, doch zijn/ haar medewerking is niet vereist. De aflossing van de schulden wordt hervat nadat de boete en/ of de maatregel zijn voldaan. De bijzondere bijstand wordt dan eveneens weer voortgezet. Toetsingskader aflossing leningen en bijzondere bijstand Maximaal 5% van de toepasselijke bijstandsnorm inclusief vakantietoeslag wordt aangewend voor de aflossing van een lening bij sociaal.nl of de gemeente. Bedraagt het aflossingsbedrag meer dan de 5%-norm zoals onder 1. vermeld dan wordt voor het meerdere bijzondere bijstand ‘om niet’ verleend.

Rechtspraak bij dit artikel