Naar hoofdinhoud

Deel 3

Artikel 3.4

Woonkostentoeslag

Onderdeel van Beleidsuitvoeringsplan bijzondere bijstand en minimabeleid 2017

Hoofdregel In de Participatiewet -norm zit een bedrag begrepen voor woonkosten. Bij hogere woonkosten dan het bedrag dat in de norm is begrepen, kan huurtoeslag worden aangevraagd. Slechts in die situaties waarin nog geen aanspraak op huurtoeslag bestaat of er wel aanspraak bestaat, maar de huurtoeslag ontoereikend is, kan een woonkostentoeslag worden verstrekt. Periode van toekenning De woonkostentoeslag wordt toegekend voor maximaal 1 jaar en de verhuisplicht wordt expliciet opgelegd in de toekenningsbeschikking. Verlenging van de woonkostentoeslag (nadat een nieuwe aanvraag is ingediend door belanghebbende) is mogelijk indien belanghebbende aan kan tonen dat hij in redelijkheid zijn eigen woning niet heeft kunnen verkopen en geen goedkopere woonruimte heeft kunnen verkrijgen. Ingeval van een nieuwe aanvraag dient belanghebbende aan te geven waarom de woning nog niet is verkocht en welke acties door belanghebbende en zijn makelaar zijn ondernomen om de woning te verkopen en/of waarom het nog niet is gelukt om goedkopere woonruimte te vinden. Denk hierbij aan: hoeveel bezichtigingen er zijn geweest, is er geadverteerd met de woning en hoe vaak, hoeveel biedingen zijn gedaan en waarom zijn deze afgewezen, hoe vaak is gereageerd op passende huurwoningen, hoe vaak is een bod uitgebracht op een goedkopere koopwoning, is de verkoopprijs gedaald tijdens verkooppogingen, is er sprake van NHG, dan mogelijkheden bezien of de woning verkocht kan worden. Als tijdens de nieuwe aanvraag blijkt dat belanghebbende geen of in onvoldoende mate tracht zijn woning te verkopen en andere goedkopere huisvesting te verkrijgen wordt de nieuwe aanvraag afgewezen. Verhuisplicht De invulling van de verhuisplicht is als volgt: Binnen 10 dagen na verzending van het toekenningsbesluit woning te koop aanbieden via een erkende makelaar tegen een reële prijs reële prijs is niet hoger dan de WOZ-waarde van de woning inschrijving bij tenminste 2 woningcorporaties (Actium en Woonconcept) bij zoektocht naar goedkopere woonruimte niet beperken tot de gemeente De Wolden Uitzonderingen verhuisplicht De verhuisplicht wordt niet opgelegd indien er sprake is van een aangepaste woning en verhuizing op problemen stuit. Dit zou ook het geval kunnen zijn indien de bewoners van de woning een zodanig hoge leeftijd hebben bereikt dat verhuizing niet meer verwacht kan worden, denk hierbij aan het wegvallen van sociale contacten, mantelzorg etc. Afweging hiervan is aan de consulent op individuele gronden. Deze beleidsregels dienen zowel op koop- als op huurwoningen hetzelfde effect te hebben. Woonkostentoeslag bij recreatiewoningen Dit geldt echter niet voor recreatiewoningen. Onder de tot 1 januari 2006 geldende Huursubsidiewet moest er sprake zijn van woningen bestemd voor permanente bewoning. Een recreatiewoning is niet bestemd voor permanente bewoning en viel daarmee niet onder de huursubsidiewet. Hoewel er ten aanzien van de huurtoeslag niets is geregeld over recreatiewoningen moet er vanuit worden gegaan dat de wetgever niet de bedoeling heeft gehad hierin iets te veranderen. Bij twijfel of een woning een recreatiewoning is, kan dit worden gecheckt bij de afdeling VROM, cluster Ruimtelijke Ontwikkeling. Zij kunnen in het bestemmingsplan nakijken of een adres een recreatiewoning of een woning voor permanente bewoning betreft. De huurtoeslag moet worden gezien als een passende en toereikende voorliggende voorziening, die gezien aard en doel toereikend moet worden geacht (art. 15 Participatiewet). Slechts als er sprake is van zeer dringende redenen, kan worden afgeweken van de regel dat geen bijstand wordt verstrekt als er een passende en toereikende voorliggende voorziening aanwezig is (art. 16, lid 1 Participatiewet). Zeer dringende redenen Wat moet nu onder zeer dringende redenen worden volstaan? Volgens de jurisprudentie moet het dan gaan om (levensbedreigende) noodsituaties. Het gaat dan om zeer extreme situaties. Slechts als aan die voorwaarde is voldaan kan worden gesproken van een noodsituatie. In een dergelijke situatie kan bijzondere bijstand, zoals een woonkostentoeslag, worden verstrekt. Noodsituatie Als er sprake is van een noodsituatie kan de woonkostentoeslag beperkt worden tot toekenning voor maximaal een halfjaar. Na dit halfjaar wordt in principe de bijstand beëindigd. Als er nog steeds sprake is van een levensbedreigende situatie, dan moet opnieuw een aanvraag worden ingediend. Kamerbewoners en woonkostentoeslag Aan kamerbewoners kan in het algemeen geen woonkostentoeslag worden verleend. Eigen woning/nog geen recht op huurtoeslag In bepaalde gevallen kan echter een woonkostentoeslag, als bijzondere bijstand, worden verleend, te weten: er bestaat (nog) geen (volledig) recht op huurtoeslag woonkosten eigen woning boven minimale norm huur Ook in gevallen waarin men geen bijstand ontvangt en waarbij het inkomen van de aanvrager en diens partner (iets) hoger is dan het bijstandsniveau, kan een woonkostentoeslag worden verstrekt. Dit geldt zowel voor huur- als eigendomswoningen. De ruimte in het inkomen boven het bijstandsniveau dient dan helemaal te worden besteed aan de woonkosten. Het meerdere van de woonkosten kan opgevangen worden met een woonkostenvergoeding. Woonkostentoeslag en huurwoning. Voor situaties, waarin (nog) geen huurtoeslag wordt ontvangen, dan wel deze uit een oogpunt van bijstandsverlening ontoereikend moet worden geacht, kan een (tijdelijke) woonkostentoeslag toegekend worden. Alleen in de hierna weergegeven situaties kan een woonkostentoeslag worden toegekend. Als een beroep op bijstand moet worden gedaan, kunnen zich de volgende situaties voordoen: Er bestaat voor betrokkene nog geen aanspraak op huurtoeslag In dat geval kan tijdelijk een woonkostentoeslag worden toegekend ter vervanging van en overbrugging naar huurtoeslag. Er bestaat wel aanspraak, maar de huurtoeslag is ontoereikend In sommige situaties biedt de huurtoeslag niet een voldoende oplossing. Dit kan het geval zijn wanneer na toekenning van de huurtoeslag het inkomen sterk zou dalen. De daling van het inkomen moet worden doorgeven aan de belastingdienst. De belastingdienst maakt dan een herberekening, waardoor recht op een hogere huurtoeslag zou kunnen ontstaan. Ondanks een hogere huurtoeslag kan in zo’n situatie mogelijk recht op een aanvullende woonkostentoeslag bestaan. Bij verandering in de persoonlijke situatie moet de wijziging worden doorgegeven. Dit kan bijvoorbeeld zijn omdat het inkomen verandert of omdat de huurkosten veranderen. Na elke wijziging die van invloed is op de hoogte van de toeslag wordt een bericht ontvangen met het nieuwe toeslagbedrag. Als recht bestaat op een huurtoeslag bestaat er over het algemeen ook recht op een zorgtoeslag. Woonkosten boven de maximaal subsidiabele huur Bij de verstrekking van een vergoeding voor woonkosten, die meer bedragen dan de maximaal subsidiabele huur, dient in ieder geval rekening te worden gehouden met eventuele draagkracht. De woonkostentoeslag wordt gedurende een jaar verleend, waarbij zo nodig een verhuisplicht wordt opgelegd. De termijn kan telkens met hoogstens een jaar worden verlengd, wanneer cliënt al het mogelijke heeft gedaan en er desondanks niet in is geslaagd te beschikken over goedkopere huisvesting (er is dan sprake van een uitzonderlijke situatie). In het algemeen is een bedrag aan woonkosten boven de maximale huurtoeslag-grens niet aanvaardbaar; daarom wordt aan de bijstandsverlening steeds de voorwaarde verbonden dat betrokkene dient om te zien naar goedkopere huisvesting. Als tijdens het heronderzoek blijkt dat cliënt geen of in onvoldoende mate tracht andere huisvesting te verkrijgen, zal betrokkene schriftelijk op de consequenties worden gewezen. Bij verder in gebreke blijven, zal in het algemeen de woonkostentoeslag worden beëindigd. De woonkostentoeslag fixeren op de maximum huurtoeslag grens om aldus de hiervoor genoemde voorwaarde te omzeilen is niet toegestaan. Dit geldt ook als cliënt bereid zou zijn het meerdere boven de maximale huursubsidiegrens voor zijn rekening te nemen. Kosten boven de maximale huurgrens worden 100% vergoed. Belangrijk: Op de woonkosten dienen de kosten in mindering te worden gebracht in verband met: een tot de woning of wooneenheid behorende garage, parkeer- of bedrijfsruimte; het gebruik van meubelen of stoffering en de levering van water en gas, elektriciteit en andere energie; een centrale antenne-installatie; de levering van warmte. Tijdelijke woonkostentoeslag en eigen woning. Door voor de eigenaar-bewoners aan te sluiten bij de bedragen en grenzen van de huurtoeslag, wordt bereikt dat de ontvangers van een Participatiewet -uitkering met een eigen huis dezelfde bedragen voor woonkosten uit hun uitkering moeten voldoen als huurders. Berekening van de woonkosten bij eigen woning (maandbedragen aanhouden) a. rente hypothecaire geldlening (zie hieronder NB 1) € b. waterschapslasten € c. onroerende zaakbelasting (eigenaarsdeel) let op: in bepaalde gevallen kan kwijtschelding verkregen worden € d. brand/opstalverzekering (geen inboedelverzekering) € e. erfpachtkanon € f. ------------ + Totale lasten € af: rijkssubsidie woningbouw € woonlasten=rekenhuur € Belangrijk: Voorlopige teruggaaf in verband met aftrekposten eigen woning. Vanaf 1 januari 1999 kan iedereen met een eigen woning die hypotheekrente betaalt een voorlopige teruggaaf verkrijgen, die maandelijks door de belastingdienst aan betrokkene wordt betaald. Ook personen met een uitkering op grond van de Participatiewet kunnen hiervoor in aanmerking komen. Deze regeling wordt beschouwd als voorwaarde voor de woonkostentoeslag. Dit betekent dat de woonkostentoeslag nog slechts een aanvullend karakter kan hebben op deze voorlopige teruggaaf. Uiteraard zal bijstelling plaats kunnen vinden, wanneer bij de definitieve teruggaaf bijbetaald moet worden vanwege een te hoog bedrag aan voorlopige teruggaaf. Bij teruggave ingeval van verleende bijstand kan tot terugvordering besloten worden. N.B. 1: Aftrek hypotheeklasten Geen rekening wordt gehouden met de aflossingen en met de premie levensverzekering, die vaak gekoppeld is aan een hypothecaire geldlening. Het is van belang -vooral bij aanwezigheid van een tweede hypotheek- na te gaan voor welke doeleinden een hypotheek is bestemd. Blijkt de hypothecaire lening te zijn afgesloten voor andere doeleinden dan de aankoop van een huis, bijv. voor financiering van een auto, caravan, woninginrichting of verbouwing, dan dient op basis van individualisering te worden beoordeeld of in de volledige hypotheeklasten een woonkostentoeslag kan worden toegekend. De hypotheek is dan voor een deel te vergelijken met een consumptief krediet. N.B. 2: Nationale hypotheekgarantie uitzoeken In sommige situaties is er een nationale hypotheekgarantie afgegeven voor de hypothecaire lening. Deze garantie houdt in, dat het ontbrekende bedrag aangevuld wordt ten behoeve van de hypotheeknemer (= de bank) als uit de opbrengst van de gedwongen verkoop van de woning de hypothecaire schuld niet afgelost kan worden. Toekenning c.q. verlenging van een woonkostentoeslag of andersoortige bijstand kan er niet toe leiden een gedwongen verkoop te voorkomen c.q. uit te stellen als toekenning c.q. verlenging van die bijstand volgens het hiervoor beschreven bijstandsbeleid niet mogelijk is. In die gevallen waarin door het gedurende korte tijd verlenen van woonkostentoeslag een gedwongen woningverkoop kan worden voorkomen, dient een beleidsbeslissing te worden getroffen. N.B. 3: Hoge woonkosten Verstrekking van bijstand voor woonkosten komt overeen met huurtoeslag bij huurwoningen. Ook bij hoge huur krijgt men niet alle kosten via de huurtoeslag vergoed. Berekeningswijze van de woonkostentoeslag De woonkostentoeslag wordt gelijk aan de huurtoeslag uitgevoerd. Toetsingskader woonkostentoeslag In de Participatiewet -norm zit een bedrag begrepen voor woonkosten. Bij hogere woonkosten dan het bedrag dat in de norm is begrepen, kan huurtoeslag worden aangevraagd. Slechts in die situaties waarin nog geen aanspraak op huurtoeslag bestaat of er wel aanspraak bestaat, maar de huurtoeslag ontoereikend is, kan een woonkostentoeslag worden verstrekt. De hoofdregel zoals vermeld onder 1. geldt niet voor recreatiewoningen. Slechts in zeer dringende gevallen (= levensbedreigend) kan voor de duur van een half jaar woonkostentoeslag worden toegekend. De hoofdregel zoals vermeld onder 1. geldt ook niet voor kamerbewoners. Huurwoning: woonkostentoeslag mogelijk ter vervanging van en ter overbrugging naar huurtoeslag; woonkostentoeslag mogelijk indien huurtoeslag ontoereikend is; tijdelijk (= max. 1 jaar) woonkostentoeslag mogelijk indien sprake is van huur boven de maximaal subsidiabele huur, onder de voorwaarde dat wordt omgezien naar goedkopere woonruimte. Eigen woning: voor woonkostentoeslag wordt aangesloten bij de bedragen en grenzen van de huurtoeslag; de woonkostentoeslag heeft een aanvullend karakter op de maandelijkse voorlopige teruggaaf in verband met aftrekposten van een eigen woning; bij de berekening van de woonkostentoeslag wordt geen rekening gehouden met aflossingen en premie levensverzekeringen, noch met hypothecaire leningen ten behoeve van de aanschaf van bijv. auto/caravan/verbouwing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel