De afweging geschiedt min of meer in onderstaande volgorde:
wat kan iemand zelf doen,
dragen voorzieningen uit andere wetgeving bij aan de oplossing,
kunnen algemene voorzieningen de vraag afdoendeoplossen.
Een maatwerkvoorziening is pas aan de orde als geen van deze mogelijkheden tot voldoende resultaat leidt.
Toelichting
Zelf oplossen: Primair stimuleert de gemeente de burger zelf de regie te voeren en eigen mogelijkheden te benutten. Daarvoor kijkt de medewerker naar de persoonlijke eigenschappen van de zorgvrager, zijn talenten en vaardigheden, zingeving, desgewenst in combinatie met zijn directe omgeving.
Gebruikelijke hulp: Dit is hulp is die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van partners, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten. Partners en inwonende gezinsleden staan elkaar bij in de normale dagelijkse zorg, zoals taken in de gezamenlijke huishouden, administratie, schoonmaken, elementaire zorgtaken, bezoek aan familie/instanties/arts, etc. In bijlage 1 leest u een nadere toelichting op het begrip “gebruikelijke hulp”.
Sociale omgeving: Verwijst naar het netwerk van familie, buren en vrienden in de directe omgeving van de burger. De sociale omgeving is mogelijk bereid om (een deel van) de ondersteuning te bieden. Denk aan boodschappen doen of andere kleine klussen. Hieronder valt ook de mantelzorg : ondersteuning die mensen langdurig en onbetaald verlenen aan een chronisch ziek, gehandicapt of hulpbehoevend persoon vanuit de persoonlijke band met degene die zij ondersteunen. Als er sprake is van overbelasting kan de gemeente de mantelzorger ondersteuning bieden, om de balans tussen draagkracht en draaglast in evenwicht te houden.
Dit betreft onder andere de Wet langdurige zorg (Wlz) en de Zorgverzekeringswet (Zvw). De verantwoordelijkheid van het college houdt op als vastgesteld is dat iemand recht heeft op verblijf en daarmee samenhangende zorg ten laste van de Wlz, omdat deze is aangewezen op permanent toezicht of 24-uurszorg. Voorts kunnen medicijnen of een behandeling vanuit de Zvw de behoefte aan ondersteuning of een deel daarvan wegnemen. Personen onder 18 jaar zijn aangewezen op de Jeugdwet of kunnen gebruik maken van arrangementen ingevolge de Wet passend onderwijs. Voor woningaanpassingen en hulpmiddelen kunnen jeugdigen wel gebruik maken van de Wmo.
Soms kan een ondersteuningsvraag worden opgelost met een algemene of een algemeen gebruikelijke voorziening. Deze gaan voor op maatwerkvoorzieningen. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om de volgende groepen voorzieningen.
Algemene (welzijns)voorzieningen
Dit zijn algemeen vrij toegankelijke voorzieningen waarvan iedereen gebruik kan maken, met of zonder beperking. Dus ruim en direct beschikbaar met hooguit met een beperkte toegangsbeoordeling, maar zonder beschikking op grond van vastgestelde criteria. De voorziening is uitsluitend in natura beschikbaar en de Wmo- eigen bijdrage regeling is hier niet van toepassing. Daarmee bieden deze voorzieningen een snelle en adequate compensatie voor de beperkingen die iemand ervaart. Voorbeelden van algemene voorzieningen zijn:
de dagrecreatie voor ouderen
de sociale alarmering
de boodschappenbus, de supermarktservice, de vrijwillige boodschappenhulp;
de maaltijdservice en het eetcafé
klusjesdiensten om kleine woningaanpassingen te realiseren zoals de buurtconciërge, klussendiensten zoals Stunt e.a.
de (ramen)wasservice, wasserette
maatschappelijk werk, schuldhulpverlening en budgettering
vrijwillige en/of laagdrempelige vervoersdiensten, bijvoorbeeld vanuit wijk- en buurthuizen, kerken om mensen naar activiteiten te brengen, of particulier vervoer, rolstoel-pools
maatjesprojecten, vriendendiensten, zorg voor elkaar.
Algemeen gebruikelijke voorzieningen
Dit zijn doorgaans geen welzijns- of gesubsidieerde voorzieningen, maar goederen en diensten die in de handel verkrijgbaar zijn. De Centrale Raad van Beroep stelt vier criteria om te bepalen of iets algemeen gebruikelijk is:
de voorziening is niet alleen voor iemand met een beperking bedoeld
de voorziening is voor iedereen gewoon te koop bij bedrijven of winkels
de voorziening is in prijs vergelijkbaar met soortgelijke producten
de voorziening is voor een persoon als de zorgvrager algemeen gebruikelijk.
De Wmo gaat ervan uit dat de aanschaf van deze voorzieningen onderdeel is van het normale uitgavenpatroon. Daarom vallen deze voorzieningen in beginsel buiten het verstrekkingenbeleid. In beginsel omdat bij de beoordeling nadrukkelijk gekeken moet worden naar de individuele situatie van de hulpvrager
Algemeen gebruikelijke voorzieningen zijn bijvoorbeeld:
bromfiets, snorfiets, bromscooter dan wel een fiets met hulpmotor zoals een Spartamet, fiets met trapondersteuning, tandem, rollator e.d.
wasdroger, vaatwasser, keramische kookplaat / inductiekookplaat
auto-accessoires als automatische transmissie, airco, elektrisch bedienbare ruiten
douchegelegenheid, eenvoudige douchestoel, douchekop op glijstang
eenvoudige beugel , verhoogd toilet
centrale verwarming en thermostatische radiatorkranen
éénhendel-mengkraan, thermostatische mengkraan
halogeenverlichting voor slechtzienden
mobiele telefoon, computer of tablet.
Trends en maatschappelijke ontwikkelingen zijn van invloed op de invulling van wat algemeen gebruikelijk is. Een voorziening die voorheen niet ‘algemeen gebruikelijk’ was, kan dat nu wel zijn. Het aanbod en de prijzen van voorzieningen in gewone winkels speelt hierbij een rol, maar ook uitspraken van rechters. Voorbeelden hiervan zijn een (elektrische) fiets, een rollator, een verhoogd toilet etc.
Slechts bij uitzondering kan de gemeente besluiten om toch over te gaan tot het verstrekken van een algemeen gebruikelijke voorziening. De Centrale Raad van Beroep 5 Centrale Raad voor Beroep oordeelt in hoger beroep over geschillen op het terrein van de sociale verzekeringen en sociale voorzieningen. heeft als mogelijke uitzonderingssituaties benoemd:
als door beperkingen plotseling zaken vervangen moeten worden, die voorheen adequaat waren en die zonder de beperkingen niet vervangen zoudenzijn
als door beperkingen een plotselinge noodzaak is om tot vervanging over te gaan
als er door de beperkingen een noodzaak is om gelijktijdig meerdere, op zich algemeen gebruikelijke voorzieningen, aan te schaffen
als er door de beperkingen een noodzaak is om tot aanschaf van een duurdere voorziening over te gaan.
Het college moet wel onderzoeken of de aangevraagde voorziening ook voor de persoon van de zorgvrager, gezien diens specifieke behoeften en persoonskenmerken, als algemeen gebruikelijk kan worden beschouwd.
Indien een algemeen gebruikelijke voorziening met extra-aanpassingen een adequate oplossing biedt voor een probleem, komen alleen de betreffende aanpassingen in aanmerking voor een Wmo-verstrekking.
Is de hulpvraag voldoende verhelderd, dan onderzoekt de medewerker Team Wmo of deze onder de reikwijdte van de Wmo valt.
Is er behoefte aan ondersteuning ten behoeve van de zelfredzaamheid, daaronder begrepen huishoudelijke hulp, hulpmiddelen, woningaanpassingen, begeleiding, kortdurend verblijf in een instelling ter ontlasting van de mantelzorger en/of andere maatregelen?
Is er behoefte aan ondersteuning ten behoeve van participatie, daaronder begrepen het daarvoor noodzakelijke vervoer, begeleiding, alsmede hulpmiddelen en/of andere maatregelen?
Is er behoefte aan beschermd wonen of opvang?
Een maatwerkvoorziening is een, op de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van een persoon afgestemd geheel van diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen, begeleiding en andere maatregelen.
Een burger komt pas voor een maatwerkvoorziening in aanmerking als de hiervoor beschreven mogelijkheden (2.4.1 t/m 2.4.3) niet of niet voldoende tot een oplossing hebben geleid.
Bij de verstrekking van een maatwerkvoorziening hoort altijd een doel, ook bij een progressief ziektebeeld (bv. begeleiding bij afnemen van de zelfredzaamheid).
Verstrekking van een maatwerkvoorziening vereist een individuele beschikkingvan het college. Voor maatwerkvoorzieningen geldt een inkomensafhankelijke eigen bijdrage, op uitzondering van een aantal specifieke diensten, genoemd in het besluit. De medewerker Team Wmo wijst de zorgvrager in dit verband tevens op de mogelijkheden alsmede verplichtingen van een PGB.
Goedkoopst adequaat
De "goedkoopste adequate" voorziening geldt als norm voor de verstrekking. Adequaat houdt in dat de voorziening haar doel moet bereiken op het gebied van zelfredzaamheid en/of participatie. Voldoen meerdere voorzieningen aan dit criterium, dan zal het college de goedkoopste voorziening beschikken. Uiteraard rekening houdend met de specifieke persoonskenmerken van de zorgvrager. Als hij een duurdere oplossing verkiest of extra-accessoires, dan moet hij de meerkosten daarvan zelf betalen.
5. Verslag onderzoek en aanvraag
De bepalingen in de verordening behoeven op dit punt geen aanvulling (artikelen 6 en 7 van de verordening + toelichting).
Hoofdstuk 2
Artikel 2.4
Afwegingskader
Onderdeel van Beleidsregels Voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Delft 2017