Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.1

Omschrijving

Onderdeel van Beleidsregels Voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Delft 2017

De functie ‘begeleiding’ maakt vanaf 2015 deel uit van de Wmo. Begeleiding omvat een programma van activiteiten gericht op: bevorderen of behoud van de zelfredzaamheid, cq stabiliseren van het functioneren, tegengaan verergering, thuis kunnen blijven wonen (structuur aan de dag, regie op dagelijkse activiteiten) voorkomen van opname of verwaarlozing van de cliënt. Een belangrijk nevendoel betreft de ontlasting/ondersteuning van de mantelzorger. Begeleiding als maatwerkvoorziening omvat zowel individuele als groepsbegeleiding (dagbesteding). Onder dit hoofdstuk valt eveneens de functie ‘kortdurend verblijf. Het gaat hier om logeren gedurende maximaal drie etmalen per week, ter ontlasting van de gebruikelijke zorg of de mantelzorger in de thuissituatie. Begeleiding verschilt nadrukkelijk van welzijnsactiviteiten in het buurthuis, ook al bevatten deze laatste wel elementen van ‘begeleiding groep’. Voor veel burgers dragen activiteiten in de wijk- en buurtcentra bij aan een dagstructuur en sociale contacten. ‘Begeleiding groep’ als maatwerkvoorziening onderscheidt zich daarvan omdat cliënten kampen met cognitieve, ernstige fysieke beperkingen of gedragsproblematiek. Deze situatie vereist een programmatische invulling van de dag waaraan de zorgvrager zingeving ontleent, en die hem in staat stelt zijn capaciteiten te behouden, en gedrag te reguleren. ‘Begeleiding individueel’ kan in sommige situaties ook in groep plaatsvinden, bv. activiteiten als thuisadministratie of geldbeheer. De begeleider kan dan een paar cliënten in een wijkgebouw ontvangen in plaats van iedere cliënt thuis te bezoeken. Begeleiding individueel ligt soms dicht bij Hulp bij het huishouden (HH). De medewerker Team Wmo zal vooral zoeken naar combinaties om deze functies niet los van elkaar maar geïntegreerd in te zetten. Van AWBZ naar WMO Tot 2015 was begeleiding een functie in de AWBZ. Een cliënt met een somatische, psychogeriatrische of psychiatrische aandoening of beperking, of een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke handicap, kon aanspraak maken op ’begeleiding’, voor zover hij matige, of zware beperkingen had op het terrein van: sociale zelfredzaamheid bewegen en verplaatsen psychisch functioneren, geheugen en oriëntatie ofwel matig of zwaar probleemgedrag vertoonde. Op grond van de zogenaamde AWBZ- grondslag indiceerde het CIZ de functie ‘begeleiding’ incl. het benodigde aantal uren of dagdelen. De nieuwe Wmo staat een andere benadering voor: De AWBZ indicatie baseert zich op een grondslag. De Wmo kent geen grondslagen, evenmin is de diagnose allesbepalend voor de aard van de zorgverstrekking. Bij het onderzoek zal de medewerker Team Wmo ook het netwerk van de cliënt betrekken, evenals de voorliggende voorzieningen en gebruikelijke zorg, alvorens tot een maatwerkvoorziening te besluiten (lees §2.4). De overheveling van taken van AWBZ naar Wmo vraagt om een transitie. Gemeenten streven nadrukkelijker om: bestaande vormen van begeleiding, dichterbij de cliënt te organiseren, en nieuwe vormen van hulp en ondersteuning voor de diverse doelgroepen te ontwikkelen. In de Wmo liggen gesprek en onderzoek aan de basis van de indicatiestelling. Hoe individueel maatwerkvoorzieningen ook worden benaderd, er is toch behoefte aan instrumenten om de hulpvraag te objectiveren teneinde richting geven aan de indicatiestelling. Ontbreekt de diagnose omdat de cliënt zorg mijdt, dan kan begeleiding worden ingezet “bij een sterk vermoeden van” (net als in de AWBZ op basis van medisch advies). De begeleiding heeft dan tot doel om de situatie te stabiliseren of in ieder geval niet te laten verergeren en is er op gericht de cliënt te bewegen behandeling te accepteren. Mocht er aanleiding zijn tot een maatwerkvoorziening, dan is de indicatie doorgaans van korte duur (max 1 jaar).

Rechtspraak bij dit artikel