Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.2

Afwegingskader

Onderdeel van Beleidsregels Voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Delft 2017

In lijn met de uitgangspunten beoordeelt de medewerker Team Wmo of voorliggende of algemeen gebruikelijke voorzieningen het probleem kunnen oplossen, één en ander zoals omschreven in het afwegingskader in § 2.4. Behandeling Behandeling gaat in principe vóór op begeleiding. Behandeling kan worden geboden door bijvoorbeeld: ergotherapeut, psycholoog, specialist ouderen- geneeskunde of in een revalidatiecentrum of een centrum gespecialiseerd in bepaalde problematiek (zoals een reuma-centrum). Behandeling is gericht op: het verbeteren van de aandoening/ stoornis/beperking, het aanleren van nieuwe vaardigheden of gedrag of nadere functionele diagnostiek. Weliswaar is de diagnose niet leidend in de Wmo, maar ze is doorgaans wel vereist om behandeling in te kunnen zetten, evenals om te bepalen hoe begeleiding de behandeling eventueel kan versterken (en niet contra- productief werkt). Begeleiding kan ook dienen om de tijdens behandeling geleerde vaardigheden te oefenen of in te slijten. Soms kunnen begeleiding en behandeling in samenhang plaatsvinden; dan neemt de begeleiding de taak tijdelijk over, totdat deze tijdens behandeling is aangeleerd. Uiteraard in goede afstemming tussen behandelaar en begeleider. Tenslotte kan behandeling geïntegreerd in de begeleiding plaatsvinden in een multidisciplinaire benadering. De multidisciplinaire afstemming en benadering dient het doel dat een cliënt zo lang mogelijk verantwoord thuis blijft wonen. Overige voorzieningen Dit zijn (wettelijke) voorzieningen , die in de overwegingsfase voorafgaan aan de maatwerkvoorziening ‘begeleiding’, bijvoorbeeld de domotica die vallen onder de zorgverzekeringswet. Op grond van de WIA en de Wajong bestaan mogelijkheden voor aangepast werk. Als aangepast werk op grond van genoemde regelingen niet mogelijk is, kan ‘begeleiding groep’ worden overwogen. De medewerker Team Wmo overweegt waar mogelijke oplossingen tot de verantwoordelijkheid van de cliënt of zijn huisgenoten behoren. Er zijn veel algemeen beschikbare en redelijke oplossingen voorhanden, die burgers zonder beperking ook zelf moeten regelen of betalen. Voorbeelden van algemeen gebruikelijke voorzieningen: activiteiten zoals computercursus of taalles alarmering pictogrammenbord of domotica in huis gezelschap of ondersteuning door vrijwilliger kinderopvang. Naar analogie met de hulp bij het huishouden betrekt de medewerker Team Wmo ook hier de ‘gebruikelijke hulp’ in zijn afwegingen. Begeleiding door partner, ouder, volwassen inwonend kind of andere volwassen huisgenoot wordt als gebruikelijke hulp beschouwd: in kortdurende situaties (max. 3 maanden): als uitzicht op herstel (van de zelfredzaamheid) dusdanig is dat begeleiding daarna niet meer nodig zal zijn. in langdurige situaties, bijvoorbeeld in het geval van: normaal maatschappelijk verkeer binnen de persoonlijke levenssfeer (bezoek familie/vrienden, bezoek huisarts, brengen en halen van gezinsleden naar sport of clubs); taken die tot een gezamenlijk huishouden behoren zoals de thuisadministratie; leren omgaan metderden. In de functie begeleiding onderscheiden we de ‘zwaarte’ van de beperkingen om te bepalen, wat binnen het eigen netwerk of met voorliggende voorzieningen kan worden opgelost en waarvoor maatwerkvoorzieningen nodig zijn: Lichte beperkingen: stimuleren van het zelf uitvoeren van taken Matige beperkingen: helpen bij taken Zware beperkingen: overnemen taken en/of regie. Leidraad: zo licht als mogelijk, zo zwaar als nodig. De AWBZ kende de functie begeleiding doorgaans toe als sprake was van matige of zware beperkingen. De Wmo zal in alle gevallen eerst de mogelijkheden van eigen netwerk en voorliggende en algemene voorzieningen onderzoeken. De verwachting is evenwel dat matige en zware beperkingen leiden tot een maatwerkvoorziening ‘begeleiding’. Beperkingen manifesteren zich dan in de volgende gebieden: zelfredzaamheid (verplaatsen, communicatie, dagstructuur, administratie etc.) gedrag (dwangmatig, dwaal, apathisch, agressief, seksueel overschrijdend etc.) psychisch (concentratie, geheugen en denken, perceptie van de omgeving) oriëntatiestoornissen ( oriëntatie in tijd, plaats en persoon). Een toelichting op de zwaarte van beperkingen is opgenomen in bijlage 6.

Rechtspraak bij dit artikel