Naar hoofdinhoud

Artikel 13

Maatschappelijk

Onderdeel van Regels van de beheersverordening Wapenveld-Dorp 2017

13.1 Bestemmingsomschrijving De voor Maatschappelijk aangewezen gronden zijn bestemd voor maatschappelijke voorzieningen, met dien verstande dat: ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning', deze uitsluitend zijn bestemd voor één bedrijfswoning. ter plaatse van de aanduiding 'fotostudio' voor een fotostudio; met daarbijbehorende gebouwen, andere-bouwwerken, erven, terreinen, parkeervoorzieningen, water en groenvoorzieningen. 13.2 Bouwregels Op de tot Maatschappelijk bestemde gronden mogen uitsluitend worden gebouwd bouwwerken ten dienste van de bestemming, met dien verstande dat: 13.2.1 Gebouwen voor gebouwen de volgende bepalingen gelden: een gebouw mag uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd. de goothoogte mag niet meer bedragen dan de op de verbeelding in het bouwvlak aangegeven goothoogte. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 11 m, tenzij anders op de verbeelding is aangegeven. in afwijking van het bepaalde onder a geldt dat de (verlengde) grenzen van het bouwvlak naar de buitenzijde mogen worden overschreden door: plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen en schoorstenen; schotelantennes; gevel- en kroonlijsten en overstekende daken; (hoek-)erkers, ingangspartijen, luifels, balkons en galerijen, mits over niet meer dan de halve gevelbreedte en mits de (verlengde) grenzen van het bouwvlak met niet meer dan 1,5 m worden overschreden. 13.2.2 Bijbehorende bouwwerken voor bijbehorende bouwwerken bij een bedrijfswoning de volgende bepalingen gelden: de afstand tot de voorgevel van het hoofdgebouw en het verlengde daarvan mag niet minder dan 3 m bedragen en van een carport niet minder dan 1 m. de afstand tot de zijdelingse perceelgrens mag niet minder dan 1 m bedragen, tenzij in de perceelgrens wordt gebouwd. de gezamenlijke oppervlakte mag niet meer bedragen dan 70 m2. de goothoogte van een aanbouw, uitbouw, aangebouwd bijbehorend bouwwerk of carport die niet minder dan 3 m achter de voorgevel van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan is gelegen, mag niet meer dan 3,25 m bedragen met dien verstande dat de goothoogte mag worden verhoogd tot ten hoogste de bouwhoogte van de vloer van de eerste verdieping van het hoofdgebouw. de bouwhoogte van een aanbouw, uitbouw, aangebouwd bijbehorend bouwwerk of een carport die niet minder dan 3 m achter de voorgevel van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan is gelegen, mag niet meer bedragen dan de bouwhoogte van het hoofdgebouw, verminderd met 2 m. de goothoogte van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk mag niet meer dan 3 m bedragen. de bouwhoogte van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk mag niet meer dan 5 m bedragen. de bouwhoogte van een carport die minder dan 3 m achter de voorgevel van het hoofdgebouw en het verlengde daarvan is gelegen, mag niet meer dan 3,25 m bedragen met dien verstande dat de bouwhoogte mag worden verhoogd tot ten hoogste de bouwhoogte van de vloer van de eerste verdieping van het hoofdgebouw. 13.2.3 Andere bouwwerken voor andere-bouwwerken de volgende bepalingen gelden: indien zij vóór de voorgevel of een naar de weg gekeerde zijgevel van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan worden opgericht mag de bouwhoogte niet meer dan 1 m bedragen. de bouwhoogte van een overkapping mag niet meer dan 3,25 m bedragen met dien verstande dat de bouwhoogte mag worden verhoogd tot ten hoogste de bouwhoogte van de vloer van de eerste verdieping van het hoofdgebouw. in overige gevallen mag de bouwhoogte niet meer dan 2,50 m bedragen. 13.3 Afwijken van de bouwregels 13.3.1 Bevoegdheid Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen in afwijking van: het bepaalde in 13.2.1 onder b en c en toestaan dat de goot- en/of bouwhoogte wordt verhoogd met niet meer dan 2 m. het bepaalde in 13.2.3 ten behoeve van een paardenbak bij een bedrijfswoning. 13.3.2 Afwegingskader De in 13.3.1 genoemde afwijking kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: het straat- en bebouwingsbeeld; de woonsituatie; de sociale veiligheid; de verkeersveiligheid; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. 13.4 Specifieke gebruiksregels 13.4.1 Strijdig gebruik Tot een met de bestemming strijdig gebruik als bedoeld in artikel 29, wordt in ieder geval verstaan het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken voor doeleinden van zelfstandige bewoning.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel