1.De beheerder of beheerders verstrekt/verstrekken aan de archivaris of aan degene die
namens hem met het toezicht is belast, alle bescheiden en inlichtingen die voor een
goede vervulling van zijn taak noodzakelijk zijn en verlenen de nodige medewerking
om inzicht te verschaffen in de verblijfplaats, ordening en toegankelijkheid van de
archiefbescheiden alsmede de inrichting en werking van hulpmiddelen en
informatiesystemen waarin archiefbescheiden zijn opgenomen.
2.De archivaris en degenen die hem in de uitoefening van het toezicht vervangen of
bijstaan, hebben met inachtneming van de voorschriften ten aanzien van de beveiliging
van geheimen, toegang tot de archiefbescheiden die nog niet naar de
archiefbewaarplaats zijn overgebracht en de ruimten waarin deze zich bevinden.