1.De archivaris doet van zijn bevindingen bij de uitoefening van het toezicht mededeling
aan de beheerders, alsmede, indien hij daartoe aanleiding vindt, aan het college. Hij
geeft daarbij aan welke voorzieningen naar zijn mening in het belang van een goed
beheer moeten worden getroffen.
2.Ten aanzien van het toezicht op de archiefbescheiden van de instellingen genoemd in
artikel 1, onder g, doet hij mededeling aan de onderscheidene besturen.