Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2.

Artikel 7.

Ingangsdatum en tijdvak van een verlaging

Onderdeel van Verordening Afstemming Participatiewet 2017

1.. De verlaging wordt opgelegd met ingang van de eerstvolgende kalendermaand volgend op de datum waarop het besluit tot het opleggen van de verlaging aan de belanghebbende is bekendgemaakt. Daarbij wordt uitgegaan van de voor die maand geldende norm. 2.. Indien verlaging overeenkomstig het eerste lid niet mogelijk is, wordt de norm verlaagd gedurende de eerstvolgende maand(en) nadat aan belanghebbende binnen 12 maanden na de beëindigingsdatum van de bijstandsuitkering opnieuw een bijstandsuitkering is toegekend. 3.. Een verlaging wordt over één maand uitgevoerd. Het college kan als bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen de uitvoering van de verlaging te spreiden over meerdere maanden met inachtneming van artikel 18 vijfde lid van de wet. 4.. Voor zover de bijstandsuitkering nog niet is uitbetaald, wordt de verlaging toegepast op de nabetaling van de betreffende bijstandsuitkering. 5.. In afwijking van het eerste lid wordt, voor zover het een zelfstandige betreft die algemene bijstand in de vorm van een geldlening op grond van het Bbz heeft ontvangen, de verlaging met terugwerkende kracht betrokken bij de definitieve vaststelling van die bijstandsuitkering.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel