In afwijking van artikel 3:6 van deze verordening houdt het college de beslissing omtrent een aanvraag om reclamevergunning aan, indien voor het reclameobject een vergunning als bedoeld in artikel 11, tweede lid, van de Monumentenwet 1988 is vereist.
De in het eerste lid bedoelde aanhouding eindigt nadat het besluit omtrent de aanvraag vergunning als bedoeld in artikel 11, tweede lid, van de Monumentenwet 1988 onherroepelijk is geworden.
Van de aanhouding wordt binnen twee weken na ontvangst van de aanvraag om bouwvergunning mededeling gedaan aan de aanvrager van de reclamevergunning.
Het college beslist binnen twee weken na beëindiging van de aanhoudingsplicht op de aanvraag om reclamevergunning.
Indien het college niet voldoet aan het vierde lid en de vergunning als bedoeld in artikel 11, tweede lid, van de Monumentenwet 1988 is verleend of moet worden geacht te zijn verleend, is de reclamevergunning van rechtswege verleend.
HOOFDSTUK 3
Artikel 3:6b
Coördinatie reclamevergunning – monumentenvergunning
Onderdeel van Reclameverordening gemeente Emmen 2014