Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf

Artikel 10.

Aantal te verlenen bedrijfsvergunningen en milieuparkeervergunningen voor bedrijven

Onderdeel van Uitwerkingsbesluit parkeerverordening stadsdeel West 2016

Lid 1. In dit artikel is geregeld hoeveel bedrijfsvergunningen per bedrijf worden verleend. Wat onder een bedrijf wordt verstaan, is te lezen in de Parkeerverordening 2013, artikel 1. De bevoegdheid om een bedrijfsvergunning te verlenen is neergelegd in artikel 10 van de Parkeerverordening. Indien een aanvrager niet aan alle voorwaarden voldoet, wordt de vergunning geweigerd op basis van artikel 32 van de Parkeerverordening. Ook kan het zijn dat het vergunningenplafond van het betreffende gebied is bereikt. In een dergelijk geval wordt de vergunning eveneens geweigerd maar wordt de aanvrager wel op de wachtlijst geplaatst. (zie artikel 34 van de Parkeerverordening). In artikel 10 lid 2 onder b van de Parkeerverordening 2013 wordt als limiet voor het aantal te verstrekken bedrijvenvergunningen per bedrijf de norm 1 vergunning per 10 werknemers gehanteerd. Belanghebbendenparkeerplaatsen en stallingplaatsen worden in mindering gebracht op het aantal bedrijvenvergunningen waar men recht op heeft. De vergunninggebieden Bos en Lommer- 1 en -5 vallen binnen gebied II, dus één vergunning per tien werknemers. De vergunninggebieden Bos en Lommer- 3 en Bos en Lommer- 4 vallen binnen gebied III, dus één vergunning per vijf werknemers. De zinsnede "één vergunning per tien werknemers of een gedeelte daarvan" moet als volgt worden gelezen, dat een bedrijf met een aantal werknemers van één tot en met tien, aanspraak kan maken op één bedrijfsvergunning, een bedrijf met een aantal werknemers van elf tot en met twintig, aanspraak kan maken op twee bedrijfsvergunningen, enzovoort. Het aantal werknemers wordt herleid tot 36-uur voltijds medewerkers. Voor bedrijven gelegen op Bos en Lommer -2 (het industrieterrein Landlust) en Westerpark-4.2 (bedrijventerrein Westerpark) geldt een soepelere regeling ten aanzien van het aantal te verstrekken vergunningen. Deze regeling op basis van artikel 10 lid 3 Parkeerverordening is gekoppeld aan het locatiebeleid van de gemeente Amsterdam. Bos en Lommer -2 Het( industrieterrein Landlust) en Westerpark-4.2 (bedrijventerrein Westerpark) is aangemerkt als een C-locatie. Dat betekent dat er geen norm is voor het aantal te verstrekken vergunningen in relatie tot het aantal werknemers. Dit is ook van toepassing op de bedrijven aan de ventweg Willem de Zwijgerlaan tussen nummer 254 en Adolf van Nassaustraat 2 in BOS -1: voor deze bedrijven geldt geen beperkende norm in relatie tot het aantal werknemers. De enige beperking is gelegen in de instandhouding van de noodzakelijke reserve voor het vergunninggebied Bos en Lommer- 2. Op basis van het zevende lid van artikel 10 van de Parkeerverordening is bepaald dat het aantal te verlenen vergunningen wordt verminderd met het aantal bij het bedrijf behorende of zich op het grondgebied van het bedrijf bevindende stallingplaatsen of belanghebbendenparkeerplaatsen. Een specifieke interpretatie van deze bepaling geldt voor bedrijfsruimten in nieuwbouw- en renovatieprojecten met een bijbehorende parkeergarage. Het aantal parkeerplaatsen dat is aangelegd in de parkeergarage wordt in mindering gebracht op het aantal vergunningen waarop het bedrijf op basis van dit Uitwerkingsbesluit recht zou hebben. De redenering is dat de bedrijven hadden kunnen beschikken over deze parkeerplaats(en) in de parkeergarage (kopen of huren van een parkeerplaats in de garage). Lid 2. Dit is vastgelegd in de parkeerverordening 2013, artikel 10, lid 10. Lid 3. Dit is vastgelegd in de parkeerverordening 2013, artikel 17, lid 4. De ratio van de bepaling is te voorkomen dat een bewoner met een bedrijf aan huis niet bevoordeeld wordt ten opzichte van andere bewoners.In een vergunninggebied waar de parkeerdruk hoog is, is dat een ongewenste situatie. Er blijft echter altijd recht bestaan op hetzij een bewonersvergunning of een bedrijfsvergunning indien zowel aan artikel 9 als aan artikel 10 van de Parkeerverordening wordt voldaan en het vergunningenplafond nog niet is bereikt. Lid 4. Wat verder van invloed kan zijn op het aantal vergunningen is de regelgeving die in de verordening is opgenomen ten behoeve van bedrijfsauto's met grijze kentekens. In artikel 10 lid 6 van de Parkeerverordening 2013 staat beschreven dat aan een bedrijf dat 15 of minder werknemers in dienst heeft, additioneel maximaal drie bedrijfsvergunningen extra kunnen worden verleend. Dit betreft dan de kleine auto gebonden bedrijvigheid. Met dit laatste worden bedoeld kleine bouwnijverheid bedrijven, loodgieters, installatiebedrijven enz. Niet bedoeld worden adviesbureaus, advocatenkantoren, accountantskantoren en andere vormen van bedrijvigheid waar leaseauto's in zwang zijn. Bij die bedrijven gaat het doorgaans immers niet om het moeten vervoeren van materialen waarvoor de bedrijfsbusjes nodig zijn. Dit is de reden dat het verstrekken van extra vergunningen in de verordening beperkt is tot motorvoertuigen met een grijs kenteken. Verder komen bedrijven alleen in aanmerking voor extra vergunningen als maximaal 15 werknemers in dienst zijn.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel