Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf

Artikel 9.

Aantal te verlenen bewonersvergunningen en milieuparkeervergunningen voor bewoners

Onderdeel van Uitwerkingsbesluit parkeerverordening stadsdeel West 2016

Lid 1. Het aantal bewonersvergunningen dat per zelfstandige woning wordt verleend is vastgelegd in dit artikel. Onder een zelfstandige woning wordt volgens de Parkeerverordening verstaan: woning welke een eigen toegang heeft en welke de bewoner kan bewonen zonder daarbij afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten die woning. Onder een woning wordt mede verstaan: woonwagen op een daartoe aangewezen centrum en woonboot op een reguliere of gedoogde ligplaats. In artikel 9 van de Parkeerverordening is aangegeven wie in aanmerking komt voor een bewonersvergunning. Indien een aanvrager niet aan alle voorwaarden voldoet, wordt de vergunning geweigerd op basis van artikel 32 van de Parkeerverordening. Ook kan het zijn dat het vergunningenplafond van het betreffende gebied is bereikt. In een dergelijk geval wordt de vergunning eveneens geweigerd maar wordt de aanvrager wel op de wachtlijst geplaatst. (zie artikel 34 van de Parkeerverordening). Uitdrukkelijk zij vermeldt dat op basis van het eerste lid van artikel 9 van de parkeerverordening een bewoner slechts in aanmerking kan komen voor een bewonersvergunning indien de bewoner niet beschikt of niet kan beschikken over een stallingsplaats of een belanghebbendenparkeerplaats in het desbetreffende vergunninggebied. Als een bewoner een stallingsplaats niet als zodanig in gebruik heeft of niet als zodanig gerealiseerd heeft, komt dit voor risico van de bewoner. Gedacht moet worden aan bijvoorbeeld de situatie dat een woning beschikt of behoort te beschikken over een garage of een parkeerplek wordt verhuurd of deze voor andere doeleinden wordt gebruikt. Indien voor een (deel)vergunninggebied het plafond op 0 is vastgesteld in artikel 4 bestaat dus geen recht op één bewoners dan wel bedrijfsvergunning per zelfstandige woning dan wel vestigingsadres. Een specifieke interpretatie vanuit voormalig stadsdeel Bos en Lommer van artikel 9 van de parkeerverordening geldt voor woningen en bedrijfsruimten in nieuwbouw- en renovatieprojecten met een bijbehorende parkeergarage. Als 1 parkeerplaats per woning is aangelegd in de bijbehorende parkeergarage dan vervalt het recht op een eerste bewonersparkeervergunning. De redenering is dat de bewoners hadden kunnen beschikken over een parkeerplaats in de parkeergarage (kopen of huren van een parkeerplaats in de garage). Deze regeling (geen recht op parkeervergunning) geldt niet voor: - de bewoners van de nieuwbouwprojecten Admiralengracht en Bos en Lommerplein, deelgebied 1. Deze projecten waren gerealiseerd voor vaststelling van het parkeerbeleid parkeergarages (2003) - de kopers van een AMH-woning, indien de kosten van de parkeerruimte niet kunnen worden verdisconteerd in de aanschafprijs van de woning. Als een AMH-woning wordt doorverkocht, is deze woning weer een "gewone" koopwoning geworden en geldt de algemene regeling: geen recht op een parkeervergunning. Lid 4. Het kan zijn dat een bewoner een bedrijf aan huis heeft. In dat geval is het op basis van de Parkeerverordening mogelijk dat de bewoner zowel een bewonersvergunning als een bedrijfsvergunning aanvraagt. In de vergunninggebieden van West is dit een ongewenste situatie vanwege de hoge parkeerdruk op straat. Daarnaast gaat het bij een bedrijf aan huis doorgaans om kleine zelfstandige zonder personeel. Om deze redenen is voor alle vergunninggebieden in West gekozen om gebruik te maken van het bepaalde in artikel 9, lid 4 van de Parkeerverordening. De bewoner heeft -indien zowel aan artikel 9 als aan artikel 10 van de Parkeerverordening wordt voldaan en het vergunningenplafond nog niet is bereikt - in ieder geval recht op een bewonersvergunning of een bedrijfsvergunning, maar niet op beide. Lid 5. Voor de toepassing van artikel 9 lid 1 en artikel 10 lid 1 is in Westerpark-1, -2, -3 en -4.1 echter een uitzondering gecreëerd. Het gaat dan om de situatie dat er toch een bewoners- respectievelijk bedrijfsvergunning kan worden verstrekt indien er sprake is van een woning waar volgens de bestemming van het perceel ook gewerkt wordt. De aanvrager dient dan in ieder geval een verklaring van ondernemerschap verstrekt door het lokale belastingkantoor te overleggen én bovendien een uitdraai uit het Stedelijk Vastgoed Informatiesysteem te overleggen waarop is aangegeven dat het perceel als woning en bedrijf wordt gebruikt (dit is in het SVIS-systeem aangegeven met de code 0006). Deze uitdraai uit het SVIS dat het perceel als woning en bedrijf wordt gebruikt dient bij de sector Wonen/Werken te worden aangevraagd. Tevens dient - indien het een bedrijf betreft dat is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel  - een inschrijvingsbewijs van de Kamer van Koophandel te worden overlegd. De regel in artikel 9 lid 6 en artikel 10 lid 6 geldt niet voor het deelvergunninggebied Westerpark-4.25 (bedrijventerrein Westerpark), omdat hier geen sprake is van hantering van normen bij het uitgeven van bedrijfsvergunningen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel