Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 10

Aantal bedrijfsvergunningen

Onderdeel van Uitwerkingsbesluit parkeerverordening stadsdeel Zuidoost 2016

Lid 1. In dit artikel vermeld wie in aanmerking komt voor een bedrijfsvergunning. De uitgebreide definitie van een bedrijf, staat verwoord in art 1 lid b van de parkeerverordening 2013. Het kan zijn dat een bewoner een bedrijf aan huis heeft. In dat geval is het op basis van de parkeerverordening 2013 mogelijk dat de bewoner zowel een bewonersvergunning als een bedrijfsvergunning aanvraagt. Het gaat dan om de situatie dat er ook een bedrijfsvergunning kan worden verstrekt indien er sprake is van een woning waar volgens de bestemming van het perceel ook gewerkt kan worden. De aanvrager dient dan in ieder geval een verklaring van ondernemerschap verstrekt door het lokale belastingkantoor te overleggen. Lid 2. Het aantal bedrijfsvergunningen dat kan worden verleend vastgelegd in dit artikel, spreekt voor zich. Lid 3. Extra vergunningen voor grijze kentekens kunnen op aanvraag worden verstrekt aan degene aan wie door zijn werkgever een bedrijfsvoertuig op grijs kenteken ter beschikking is gesteld voor de uitoefening van zijn beroep, ten behoeve van dat motorrijtuig. Hierdoor is het mogelijk om voor een dergelijk motorrijtuig een vergunning te verlenen náást de bewonersvergunning, die de aanvrager al heeft ten behoeve van een privé (personen)auto. Wat verder van invloed kan zijn op deze vergunningen is de regelgeving die in de verordening is opgenomen ten behoeve van bedrijfsauto's met grijze kentekens. In artikel 10 lid 6 van de parkeerverordening 2013 staat namelijk beschreven dat aan een bedrijf dat 15 of minder werknemers in dienst heeft, additioneel maximaal drie bedrijfsvergunningen extra kunnen worden verleend. Dit betreft dan de kleine autogebonden bedrijvigheid. Met dit laatste worden bedoeld kleine bouwnijverheidbedrijven, loodgieters, installatiebedrijven enz. Het gaat in dit lid vooral om bedrijfsbusjes, waarin materialen worden opgeslagen en vervoerd, voor personen die met deze materialen vanaf hun huisadres werken. In verband met spoedeisendheid of bedrijfslogistiek kunnen zij niet eerst deze materialen ophalen bij het vestigingsadres van hun bedrijf. Dergelijke bedrijven werken vaak vanuit het voertuig (waarbij bijvoorbeeld een klusbedrijf de materialen meeneemt naar de klant om ze daar te verwerken). Omdat het hierbij vaak gaat om materialen die een dusdanige omvang dan wel zwaarte hebben, is het niet redelijk te veronderstellen dat zij een andere mogelijkheid hebben dan de auto in de buurt van het werk te parkeren. Met deze bedrijfsbusjes zijn gelijkgesteld de personenbusjes, die in opdracht worden gebruikt voor het vervoer van scholieren (bijv. naar het speciaal onderwijs) en/of van ouderen. De vaste bestuurders hiervan kunnen voor deze busjes een vergunning krijgen, zodat zij bij hun woning kunnen parkeren. Waarbij het voor de chauffeur niet mogelijk is om eerst de bus bij het bedrijf op te halen. Niet bedoeld worden adviesbureaus, advocatenkantoren, accountantskantoren en andere vormen van bedrijvigheid waar lease-auto's in zwang zijn. Bij die bedrijven gaat het doorgaans immers niet om het moeten vervoeren van materialen waarvoor de bedrijfsbusjes nodig zijn. Dit is de reden dat het verstrekken van extra vergunningen in de verordening beperkt is tot motorvoertuigen met een grijs kenteken. Het college kiest ervoor om de extra vergunningen op grijs kenteken terughoudend toe te passen. Elke aanvraag voor een vergunning op grond van dit lid wordt daarom individueel beoordeeld. De reden hiervoor is dat het college terughoudend wil zijn in het verstrekken van extra parkeervergunningen. Bij vergunning aanvragen op grond van dit artikel dient een inschrijvingsbewijs van de Kamer van Koophandel te worden overlegd. Lid 4. Uitdrukkelijk zij vermeldt dat op basis van het eerste lid van artikel 9 van de parkeerverordening 2013 een bedrijf slechts in aanmerking kan komen voor een bedrijfsvergunning indien het bedrijf niet beschikt, niet kan beschikken of niet heeft kunnen beschikken over een stallingsplaats of een belanghebbenden parkeerplaats in het desbetreffende vergunninggebied. Hierbij moet gedacht worden aan een garage in of bij het bedrijf, een carport of een parkeerplaats op eigen erf. Ook als bedrijven een stallingsplaats in hetzelfde vergunninggebied huren of kopen, zal deze in mindering worden gebracht op het aantal te verlenen bedrijfsvergunningen. Is er sprake van een gekochte of gehuurde parkeerplaats in een parkeergarage die bij het bedrijf of het bedrijfscomplex behoort, dan worden bedrijven geacht daar te parkeren. Als men uit eigen wil geen gebruik maakt van de mogelijkheid een plek in de parkeergarage te huren of te kopen, of als men een gekochte plek voor andere doeleinden gebruikt of onderverhuurt, ontstaat daarop niet het recht op het verkrijgen van een bedrijfsvergunning. De redenering is dat het bedrijf had kunnen beschikken over een parkeerplaats in de parkeergarage (kopen of huren vaneen parkeerplaats in de garage). Als een bedrijf een stallingsplaats niet tot zijn beschikking heeft genomen of niet als zodanig in gebruik heeft genomen of niet als zodanig gerealiseerd heeft, terwijl naar alle redelijkheid moet worden aangenomen dat dit wel kan, kon of had gekund, dan komt dit voor risico van het bedrijf. Lid 5. Dit artikel is opgenomen om te voorkomen dat er een opstapeling van vergunningen plaatsvindt. Lid 6. Dit artikel is opgenomen om te voorkomen dat er een opstapeling van vergunningen plaatsvindt. Lid 7. Onder Ambulante handelaar wordt verstaan: hij die beroepsmatig ambulante handel uitoefent in de zin van de vigerende verordening op de straathandel. Dit begrip is omschreven in Art 1, onder a van de parkeerverordening 2013. In Zuidoost moet een ambulante handelaar aantoonbaar minimaal 3 dagen continu (minimaal 24 uur) werkzaam zijn in vergunning gebied in aanmerking te komen voor een parkeervergunning. Dit artikel is opgenomen om te voorkomen dat elke tijdelijke ambulante handelaar in aanmerking komt voor en parkeervergunning. De parkeerbalansen van de gebieden zijn daarop niet berekend. Lid 8. Onder het vergunningenplafond wordt verstaan het aantal bewoners-, bedrijfs- en volkstuinvergunningen dat maximaal binnen een vergunninggebied wordt verleend. De parkeerverordening 2013 kent geen onderscheid tussen een wachtlijst voor bewoners-, bedrijfs-, en volkstuinvergunningen. Als het vergunningenplafond is bereikt, worden nieuwe aanvragen voor een parkeervergunning op een wachtlijst geplaatst, totdat er - door opzegging, intrekking of niet-verlenging van bestaande vergunningen- weer ruimte is gekomen. Dit is geregeld in artikel 34 en artikel 35 van de parkeerverordening 2013. De hier genoemde aantallen betreffen overigens de bewoners-, bedrijven- en, indien van toepassing de volkstuinvergunningen. De milieuparkeervergunning, autodeelvergunning, mantelzorgvergunning, hulpverlenersvergunning, belanghebbendenvergunning, maatschappelijke vergunning, kraskaartvergunning en de sportvereniging vergunning, worden onafhankelijk van een eventuele wachtlijst verleend.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel