Voor alle aanvragen om bouwvergunning voor installaties als bedoeld in artikel 2, geldt dat:
- - De GSM-aanbieder (‘provider’) een schriftelijke verklaring moet overleggen waaruit blijkt dat de door de Gezondheidsraad gestelde blootstellingslimieten ter plaatse van de dichtstbijzijnde woning niet worden overschreden door de plaatsing of toevoeging van zijn GSM-installatie op de betreffende locatie;
- - De mogelijkheden van het medegebruik van masten van andere GSM-aanbieders (‘site-sharing’) moeten zijn uitgenut, danwel aantoonbaar technisch niet mogelijk zijn, voordat medewerking aan het realiseren van een GSM-installatie op een nieuwe locatie wordt overwogen;
- - De plaatsing van de GSM-installatie op de betreffende locatie welstandshalve en vanuit stedenbouwkundig oogpunt aanvaardbaar moet zijn, waarbij moet voldaan worden aan de bouwtechnische en constructieve eisen uit het Bouwbesluit;
- - Indien de plaatsing van de GSM-installatie geschiedt op locaties gelegen in de door de gemeente of door het Rijk aangewezen beschermde stadsgezichten, deze plaatsing niet mag leiden tot een onevenredige afbreuk van de historisch gegroeide stedenbouwkundige structuur en de specifieke ruimtelijke kwaliteiten in dat gebied (zoals bijvoorbeeld gevelaanzichten);
- - Een schriftelijke verklaring dient te worden overgelegd, waaruit de toestemming van de eigenaar blijkt.