De “Regeling Huisbezoeken” richt zich specifiek op het huisbezoek ter verificatie van door de belanghebbende verstrekte inlichtingen over de leefsituatie, waarbij een licht vermoeden van fraude aanwezig is. De “Regeling Huisbezoeken” geeft gemeenten meer mogelijkheden dan bij het huisbezoek bij twijfel over de rechtmatigheid (zie 7). Het weigeren van het huisbezoek bij verificatie woon- en leefsituatie heeft namelijk wel gevolgen.
Artikel 53a lid 2 van de P-wet geeft het bestuur de bevoegdheid om de belanghebbende te verzoeken om aan te tonen dat:
hij alleenstaande of gehuwd is (jongerennormen artikel 20 P-wet)
hij alleenstaand of alleenstaande ouder is (artikel 21 P-wet)
hij alleenstaand of alleenstaande ouder (artikel 22 P-wet)
de kostendelersnorm niet van toepassing is (artikel 22a P-wet)
hij feitelijk verblijft op het aangegeven adres.
Aan belanghebbende moet worden medegedeeld waarover twijfel bestaat. Deze vorm van huisbezoek wordt met name ingezet als er onduidelijkheid is over de woonsituatie.
Werkwijze:
Belanghebbende slaagt er niet om het bewijs te leveren.
Vervolgens wordt het aanbod gedaan om een huisbezoek te doen.
Het gesprek – waarin aanbod huisbezoek wordt gedaan – vindt bij voorkeur op kantoor plaats en het huisbezoek wordt bij voorkeur aansluitend aan het gesprek gedaan. “Bij voorkeur” wil zeggen dat het ook anders kan (zie 8 en 9, subsidiariteits- en proportionaliteitsbeginsel).
Vervolgens wordt de keuze voorgelegd om wel of niet mee te werken aan het huisbezoek en worden de gevolgen van het niet meewerken verteld.
Situatie
Gevolg
Belanghebbende kan niet aantonen dat hij alleenstaande ouder is.
Wordt voor de toepassing van de artikelen 9, vierde lid, en 9a niet als alleenstaande ouder aangemerkt.
Belanghebbende kan niet aantonen dat hij alleenstaand of gehuwd is of dat de kostendelersnorm niet van toepassing is.
(Zie verwijzing naar de normen in artikel 53a lid 3 P-wet)
De norm wordt vastgesteld op 30 % van de in artikel 22a, tweede lid, bedoelde rekennorm.
Belanghebbende kan niet aantonen dat hij feitelijk woont op het opgegeven adres.
De uitkering wordt opgeschort met het verzoek om binnen de gestelde termijn alsnog op andere wijze aan te tonen dat hij op het opgegeven adres woont. Slaagt hij daarin niet dan wordt de uitkering beëindigd.
De “Verklaring toestemming huisbezoek”wordt getekend.
Als belanghebbende weigert mee te werken aan het huisbezoek dan worden de gevolgen – zoals hierboven in de tabel opgenomen – verwerkt in het besluit waarmee de uitkering wordt toegekend of gewijzigd voortgezet.
Als belanghebbende heeft verklaard dat hij wel wil meewerken aan het huisbezoek en hij wordt niet thuis getroffen, dat wordt het besluit hersteltermijn en opschorting uitkering direct in de brievenbus gedeponeerd.
Artikel 8
HUISBEZOEK TER VERIFICATIE VAN DE WOONSITUATIE EN LEEFVORM OP GROND VAN ARTIKEL 53aA VAN DE P-WET (REGELING HUISBEZOEKEN)
Onderdeel van Protocol huizbezoek Hollands Kroon 2015