De verlaging als bedoeld in artikel 32 van de wet bedraagt:

a.20 procent van de gehuwdennorm indien een woning wordt bewoond waaraan voor

de jongere geen kosten van huur of hypotheeklasten verbonden zijn;

  • - 10 procent van de gehuwdennorm indien geen woning bewoond wordt.
  • - de verlagingen als genoemd onder a en b vinden bij voorrang op de toeslag plaats.