Bij toepassing van een combinatie van een toeslag op grond van artikel 3 of 4 en/of een of meer verlagingen op grond van de artikelen 5 en 6 dient de jongere minimaal te blijven beschikken over 45% van de gehuwdennorm, een alleenstaande ouder over minimaal 65% van de gehuwdennorm en gehuwden over minimaal 75% van de gehuwdennorm.