Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1.

Begripsbepalingen

Onderdeel van 2e gewijzigde beleidsregels Bijzondere Bijstand Gemeente Geertruidenberg 2017

1.. Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet, de Algemene wet bestuursrecht (Awb), het Burgerlijk Wetboek (BW) en de Wet op de huurtoeslag. 2.. Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder: belanghebbende: de alleenstaande, alleenstaande ouder of het gezin die in aanmerking wenst te komen voor bijzondere bijstand; bijstandsniveau: 100 % van de voor belanghebbende geldende bijstandsnorm; bijstandsnorm: de op grond van paragraaf 3.2 van de Participatiewet op de belanghebbende van toepassing zijnde norm (inclusief de kostendelersnorm), verminderd met de op grond van paragraaf 3.3 van de Participatiewet vastgestelde verlaging; college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Geertruidenberg; draagkracht: het gedeelte van het inkomen of vermogen dat aangewend dient te worden voor financiering van de bijzondere kosten; draagkrachtperiode: de periode waarover de draagkracht van een belanghebbende wordt vastgesteld; inkomen: het inkomen volgens artikel 32 van de Participatiewet; de middelen als bedoeld in artikel 31 lid 2 en artikel 33 lid 5 van de Participatiewet worden niet tot het inkomen van belanghebbende gerekend; medische kosten: noodzakelijk te maken kosten welke vallen binnen de reikwijdte van de kostensoorten waarover de Zorgverzekeringswet (hierna Zvw) of de Algemene wet bijzondere ziektekosten (AWBZ) zich uitspreekt; meerinkomen: het inkomen boven het minimuminkomen; minimuminkomen: 120 % van de voor belanghebbende van het toepassing zijnde bijstandsnorm; vermogen: het in aanmerking te nemen vermogen volgens artikel 34 van de Participatiewet; voorliggende voorziening: elke voorziening buiten de Participatiewet, zoals bedoeld in artikel 15 van de wet, waarop de persoon of gezin aanspraak kan maken dan wel een beroep kan doen ter verwerving van middelen of ter bekostiging van specifieke uitgaven; woonkosten eigen woning: de tot een bedrag per maand omgerekende som van de verschuldigde hypotheekrente en de in verband met het in eigendom hebben van de woning te betalen zakelijke lasten; woonkosten huurwoning: de op de aanvangsdatum van het lopende huurtoeslagtijdvak per maand geldende huurprijs als omschreven in de Wet op de huurtoeslag.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel