Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 2.

Recht op bijzondere bijstand

Onderdeel van 2e gewijzigde beleidsregels Bijzondere Bijstand Gemeente Geertruidenberg 2017

1.. Onverminderd paragraaf 2.2 van de Participatiewet, heeft de alleenstaande, alleenstaande ouder of het gezin recht op bijzondere bijstand voor zover de alleenstaande, de alleenstaande ouder met zijn ten laste komende kinderen of het gezin niet beschikt over de middelen om te voorzien in de uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van het bestaan en deze kosten naar het oordeel van het college niet kunnen worden voldaan uit de bijstandsnorm, de individuele inkomenstoeslag, de individuele studietoeslag, het vermogen en het inkomen Het college bepaalt het begin en de duur van de periode en de hoogte waarover het vermogen en het inkomen in aanmerking wordt genomen. 2.. Daarnaast geldt dat geen recht op bijzondere bijstand bestaat voor zover een beroep kan worden gedaan op een voorliggende voorziening (artikel 15 Participatiewet) of deze voorliggende voorziening heeft geoordeeld dat de kosten als niet noodzakelijk worden aangemerkt. 3.. Het college stemt de bijstand en de daaraan verbonden verplichtingen af op de omstandigheden, mogelijkheden en middelen van de betrokken persoon.

Rechtspraak bij dit artikel