Naar hoofdinhoud
Een van de conclusies die de Parlementaire Enquête Commissie van Traa in 1996 trok was dat de ernst van georganiseerde criminaliteit vooral was gelegen in het grote financiële gewin van honderden miljoenen guldens en de economische macht die daaruit voortvloeit. Die economische macht beperkt zich niet tot de onderwereld, maar dringt in allerlei gedaanten in de bovenwereld door, aldus de commissie. Criminele personen kunnen al dat geld infiltreren in het economische leven door onder meer gebruik te maken van bestuurlijke faciliteiten, zoals vergunningen, subsidies en overheidsopdrachten. Dit heeft een aantasting van de integriteit van de overheid tot gevolg. Ter voorkoming van voornoemde infiltratie kan het gemeentebestuur gebruik maken van een aantal instrumenten: vergunning weigeren, vergunning intrekken, pand sluiten, een subsidie of de gunning van een opdracht weigeren. Het gebruik van deze instrumenten is vaak effectief. Bestuursorganen hebben er op dit terrein per 1 juni 2003 een instrument bij gekregen: de Wet Bevordering Integriteitsbeoordelingen door het Openbaar Bestuur, oftewel de Wet BIBOB. Ter uitvoering van deze wet is deze beleidslijn van toepassing.

Rechtspraak bij dit artikel