De verlaging als bedoeld in artikel 29 van de wet bedraagt:
20 procent van de gehuwdennorm indien het een belanghebbende van 21 jaar betreft;
10 procent van de gehuwdennorm indien het een belanghebbende van 22 jaar betreft.
In afwijking van lid 1 wordt de verlaging vastgesteld op de hoogte van de grond van artikel 4 toegekende toeslag, indien deze toeslag minder bedraagt dan de verlaging waartoe toepassing van lid 1 zou leiden.
Dit artikel is niet van toepassing ten aanzien van een belanghebbende op wie artikel 7 van toepassing is.
HOOFDSTUK 3
Artikel 8
Verlaging toeslag alleenstaanden van 21 en 22 jaar
Onderdeel van Toeslagenverordening Wet werk en bijstand