Lid 1
Met de organisaties waarbij de ambtenaren zijn aangesloten vindt overleg plaats aangaande aangelegenheden van algemeen belang voor de rechtstoestand van de ambtenaren met inbegrip van de algemene regels volgens welke het personeelsbeleid zal worden gevoerd, voor zover daarin niet wordt voorzien door het LOGA-overleg tussen het College voor Arbeidszaken van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de centrales van overheidspersoneel.
Lid 2
Als organisaties bedoeld in het vorige lid worden aangemerkt de landelijke verenigingen van overheidspersoneel aangesloten bij de centrales van overheidspersoneel, toegelaten tot het overleg in het vorige lid bedoeld.
Lid 3
Het overleg wordt gevoerd door aan een organisatie een ontwerp van het voorgenomen besluit met toelichting toe te zenden, met het verzoek binnen een daarbij te stellen termijn, welke niet korter dan veertien dagen zal zijn, vermeldt het college schriftelijk haar gevoelen kenbaar te maken. Indien de organisatie dit verlangt wordt zij tot mondelinge toelichting toegelaten.
Lid 4
Aan de bepaling van het eerste lid wordt geacht te zijn voldaan, indien de organisatie in gebreke is gebleven binnen de in het vorige lid bedoelde termijn van haar gevoelen te doen blijken.
Lid 5
Behoort het nemen van het in het derde lid bedoelde besluit tot de bevoegdheid van de raad, dan vermeldt het college bij het ontwerp van het besluit tevens het gevoelen van de organisaties terzake.
Lid 6
Het college zendt een afschrift van zijn besluiten en een eventueel besluit van de raad binnen veertien dagen nadat deze zijn genomen aan de organisaties.
Bijlage IV Salarisschalen kunstzinnige vorming per 1 januari 2017
ervaringsjaar/ periodiek
5
6
7
8
9
10
aanloopbedrag 1
1800
1838
1876
1926
2182
2552
aanloopbedrag 2
0
1926
1983
2051
2307
2671
aanloopbedrag 3
0
0
0
2182
2429
2798
0
1876
2051
2118
2307
2552
2865
1
1926
2118
2182
2369
2613
2941
2
1983
2182
2246
2429
2671
3011
3
2051
2246
2307
2489
2734
3071
4
2118
2307
2369
2552
2798
3136
5
2182
2369
2429
2613
2865
3203
6
2246
2429
2489
2671
2941
3266
7
2307
2489
2552
2734
3011
3324
8
2369
2552
2613
2798
3071
3382
9
2429
2613
2671
2865
3136
3441
10
2489
2671
2734
2941
3203
3501
11
0
2734
2798
3011
3266
3567
12
0
0
2865
3071
3324
3631
13
0
0
2941
3136
3382
3691
14
0
0
3011
3203
3441
3748
15
0
0
3071
3266
3501
3804
uitloopbedrag 1
2613
2865
3203
3441
3631
3922
uitloopbedrag 2
0
3011
3324
3631
3748
4045
uitloopbedrag 3
0
0
0
3748
3865
4175
Bijlage IVa Sjabloon voor de verdeling van werkzaamheden voor onderwijzend personeel in de kunsteducatie
Sjabloon voor de verdeling van werkzaamheden voor onderwijzend personeel in de kunsteducatie LOGA-partijen vinden dat bij de verhouding lesgebonden versus niet-lesgebonden uren binnen de aanstelling lokaal maatwerk gewenst is. Daarom is in artikel 19b:5 vastgelegd dat de werkgever, met toepassing van de Wet op de ondernemingsraden (WOR), een lokale regeling vaststelt waarin per discipline de verhouding wordt vastgesteld van de verschillende soorten werkzaamheden binnen lesgebonden en niet-lesgebonden uren. Van een vaste verhouding naar een lokale regeling Tot 1 januari 2009 kende de aanvullende rechtspositieregeling voor onderwijzend personeel een vaste maximale verhouding van 26 lesgebonden uren en 10 overige niet-lesgebonden uren. Per 1 januari 2009 wordt deze vaste maximale verhouding losgelaten. Reden daarvoor is dat een centraal voorgeschreven verhouding geen recht kan doen aan verschillen per discipline, per instelling of per onderwijzend personeelslid. Met een lokale regeling kan wel ingespeeld worden op deze specifieke kenmerken. Status sjabloon In dit sjabloon worden mogelijke werkzaamheden binnen lesgebonden en niet-lesgebonden uren opgesomd. Die opsomming is niet limitatief. In een instelling kan worden vastgesteld dat bepaalde in het sjabloon genoemde werkzaamheden niet binnen de instelling voorkomen en dus niet in de lokale regeling worden opgenomen. Daarentegen kan ook worden vastgesteld dat er instellingsspecifieke werkzaamheden zijn die niet in het sjabloon voorkomen, maar die wel in de lokale regeling moeten worden genoemd. Het sjabloon is dus een handvat voor de lokale regeling waarin onder andere rekening wordt gehouden met Opbouw Sjabloon Schematisch is de opbouw van het sjabloon als volgt: Categorieën van werkzaamheden Dit sjabloon onderscheidt als hoofdcategorieën: De categorie niet-lesgebonden uren kan vervolgens weer opgedeeld worden in drie subcategorieën: De (sub)categorieën zijn hierna verder uitgewerkt:
de ervaring van de ambtenaar,
het cursustype dat de ambtenaar geeft en
de discipline van de ambtenaar.
lesgebonden uren en
niet-lesgebonden uren.
2a. Voorbereiding en nazorg van de lesgebonden uren. Deze subcategorie hangt direct samen met de lesgebonden uren.
2b. Algemene werkzaamheden Deze subcategorie staat los van het aantal lesgebonden uren.
2c. Variabele werkzaamheden Deze subcategorie staat los van het aantal lesgebonden uren.
Lesgebonden uren in uren per schooljaar/cursusjaar/seizoen Het gaat in deze categorie om het aantal te verzorgen lesgebonden uren op jaarbasis. Het betreft alle door een discipline uit te voeren les- of cursuswerkzaamheden, al of niet te onderscheiden naar bijvoorbeeld:
Type lessen/cursussen: individuele lessen, combinatielessen, groepslessen, klassikale lessen
Homogene ensembles
Heterogene ensembles
Koren
Orkesten
Regulier onderwijs
Speciaal onderwijs
Niet-lesgebonden uren in uren per schooljaar/cursusjaar/seizoen Van sjabloon naar lokale regeling Om een beeld te geven hoe aan de hand van het sjabloon een lokale regeling tot stand kan komen geeft het LOGA een voorbeeld. U dient dit voorbeeld niet op te vatten als een door het LOGA gewenste verdeling van de verhouding lesgebonden uren versus niet-lesgebonden uren. Het gaat om de wijze waarop aan de hand van het sjabloon een lokale regeling kan worden opgesteld. Binnen instelling X is onderwijzend personeel werkzaam in drie verschillende disciplines: Binnen instelling X geldt per discipline de volgende verhouding lesgebonden versus niet-lesgebonden uren: Binnen instelling X zijn de aanstellingen van het onderwijzend personeel in omvang zeer verschillend. Daarom wordt er in instelling X voor gekozen om binnen de categorie niet-lesgebonden uren per aanstellingsomvang een uitsplitsing te maken in de subcategorieën. Die uitsplitsing is als volgt: In dit voorbeeld is de verdeling van niet-lesgebonden uren over de subcategorieën voor alle disciplines gelijk. Het is ook mogelijk om elke discipline een aparte verdeling van niet-lesgebonden uren over de subcategorieën te maken. Individuele afwijkmogelijkheden op de verhouding per discipline Er zijn individuele omstandigheden voorstelbaar waarin het onredelijk is vast te houden aan de verhouding lesgebonden versus niet-lesgebonden die per discipline is bepaald. Bijvoorbeeld door rekening te houden met: In de lokale regeling kunnen individuele afwijkingsmogelijkheden op de verhouding die per discipline is vastgelegd worden opgenomen. De voorwaarden waaraan voldaan moet worden voordat individuele afwijking is toegestaan, dienen in de lokale regeling te worden opgenomen. Deze individuele afwijkmogelijkheden bepalen tezamen met de verhouding lesgebonden versus niet-lesgebonden uren die voor de discipline van de ambtenaar is vastgelegd, welke verhouding voor de individuele ambtenaar geldt. Voorbeeld: Voor discipline D staat in de lokale regeling dat de verhouding 70% lesgebonden uren en 30% niet-lesgebonden uren geldt. In de lokale regeling is ook vastgelegd dat voor discipline D een individuele afwijkmogelijkheid bestaat voor ambtenaren met minder dan 3 jaar ervaring. Die ambtenaren krijgen ten koste van het aantal lesgebonden uren 5% meer niet-lesgebonden uren voor de voorbereiding en nazorg van de lesgebonden uren. Het college stelt bij toepassing van de lokale regeling voor een ambtenaar met discipline D en minder dan 3 jaar ervaring de verhouding vast op 65% lesgebonden en 35% niet-lesgebonden uren. Deze 5% extra voor niet-lesgebonden uren wordt binnen de subcategorieën geheel toegeschreven aan subcategorie 2a. Tot slot Te overwegen valt om een beperkt percentage van de tijd niet toe te wijzen aan specifieke activiteiten. Niet alles valt namelijk op voorhand te plannen. Aan een aantal kleinere werkzaamheden uit de eerder genoemde (sub)categorieën hoeft dan eveneens niet specifiek tijd te worden toegewezen; zij kunnen tot de vrij in te delen tijd worden gerekend.
2a. Voorbereiding en nazorg van de lesgebonden uren Het gaat in deze subcategorie om de werkzaamheden van elke discipline in een bepaalde verhouding tot het aantal lesgebonden uren. Dit is afhankelijk van het type instelling en het type lessen/werkzaamheden. Deze uren worden ook wel “aanstellingsafhankelijke of leerling- of cursistafhankelijke uren” genoemd. Het betreft bijvoorbeeld:
Roosterwerkzaamheden
Inhoudelijke voorbereiding en nazorg van de lessen
Bijhouden van lesvorderingen en lesresultaten, leerlingvolgsysteem en dergelijke
Administratieve afwikkeling van de lessen/cursussen (bijvoorbeeld presentielijsten)
Rapporten/studieverslagen voor van de leerlingen/cursisten
(Voortgangs)gesprekken met ouders/verzorgers/leerlingen
Bijhouden van de pedagogische, methodische en didactische ontwikkelingen
Bijhouden van vakliteratuur
Onderhouden van de direct aan de lespraktijk verbonden artistieke vaardigheden
Examens/toetsen
2b. Algemene werkzaamheden Het gaat in deze subcategorie om werkzaamheden die losstaan van het aantal lesgebonden uren. Deze uren worden ook wel “organisatiegebonden uren” genoemd. Het betreft bijvoorbeeld:
Personeelsvergaderingen, afdelingsvergaderingen, sector- en sectievergaderingen
Collegiaal overleg (intern en extern)
Voorbereiding en deelname aan open dagen
Functioneringsgesprekken, ontwikkelingsgesprekken, persoonlijk ontwikkelingsplan
Overleg over het jaarlijkse cursusboekje/studiegids
Zorg voor het instrumentarium van de instelling en (indien gebruik door de werkgever verplicht is gesteld) van het eigen instrument/gereedschap
2c. Variabele werkzaamheden Het gaat in deze subcategorie om specifieke werkzaamheden die losstaan van het aantal lesgebonden uren. Deze uren worden ook wel “persoonsgebonden uren” genoemd. Het betreft bijvoorbeeld:
Werkzaamheden voor onderzoek en ontwikkeling in relatie tot de lessen en lesmaterialen
Materiële voorbereiding en nazorg van de lessen
Lidmaatschap van de ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging
Stagebegeleiding
Organisatie en voorbereiding van leerlingenuitvoeringen/-concerten (intern en/of extern)
Organisatie en voorbereiding van concerten speciaal voor onderwijzend personeelsleden (intern en/of extern)
Organisatie en voorbereiding van exposities (intern en/of extern)
Organisatie en voorbereiding van instellingspresentaties (intern en/of extern)
Deelname aan activiteiten en evenementen voor zover niet genoemd onder subcategorie 2b.
Organiseren van kunstuitingen van cursisten, zoals voorspeelavonden en tentoonstellingen
Begeleiden van een collega bij een voorspeelavond
Coördinatiewerkzaamheden
Algemene organisatiewerkzaamheden, bijvoorbeeld voor nieuwsbrief/schoolkrant van de instelling
Adviseren van leerlingen ten aanzien van instrument- of materiaalkeuzes
Bijhouden van de vakgebonden bibliotheek van de instelling
Bijdragen aan het jaarlijkse cursusboekje/studiegids
Opleiding en ontwikkeling, of andere activiteiten die ertoe bijdragen de eigen vakbekwaamheid op peil te houden
Deelname aan studiedagen van bijvoorbeeld beroepsverenigingen, vakgroepen, mits de werkgever toestemming heeft verleend
Het in opdracht van de werkgever reizen tussen locaties van dezelfde instelling voor kunsteducatie.
Discipline A
Discipline B
Discipline C
Discipline
1.Lesgebonden uren
2.Niet-lesgebonden uren
Discipline A
65%
35%
Discipline B
60%
40%
Discipline C
70%
30%
De verdeling van niet-lesgebonden uren over de subcategorieën
Aanstellingsomvang
2a. Voorbereiding en nazorg van de lesgebonden uren
2b. Algemene werkzaamheden
2c. Variabele werkzaamheden
Meer dan 27 uur per week
30%
30%
40%
18 tot en met 27 uur per week
35%
35%
30%
7,2 tot en met 18 uur per week
40%
40%
20%
tot en met 7,2 uur per week
47%
47%
6%
zeer veel of zeer weinig ervaring van het onderwijzend personeellid of
het cursustype dat het onderwijzend personeelslid geeft (groepslessen versus individuele lessen)
Bijlage IVa1 Functiebeschrijvingen onderwijzend personeel in de kunsteducatie
Functiebeschrijvingen1. Consulent
Beschrijving van de functie Functiebenaming: consulent Functie-eisen: HBO-niveau Taken
Het in overleg met cliënten opstellen van een steunfunctie-activiteitenplan
Het verzorgen van steunfunctieactiviteiten
Het bijdragen aan de ontwikkeling van beleid, producten en programma’s
Beschrijving van de taken 2. Docent3. Balletbegeleider
B.1 Het in overleg met cliënten opstellen van een steunfunctie-activiteitenplan Informeert en adviseert (potentiële) cliënten over de mogelijkheden van steunfunctieactiviteiten. Overlegt met (de leiding van) potentiële cliënten over wensen en verwachtingen. Stelt een activiteiten- of begeleidingsplan op of ondersteunt de cliënt daarbij. Overlegt waar nodig met externe instanties.
B.2 Het verzorgen van steunfunctieactiviteiten Geeft informatie en adviezen over methoden en leermiddelen. Verzorgt teamtrainingen en individuele begeleiding van docenten. Adviseert bij de aanschaf van leermiddelen en ontwikkelt, waar nodig, zelf leermiddelen en methodieken. Organiseert met de cliënt producties, tentoonstellingen en andere evenementen. Begeleidt bij de opstelling van werkplannen. Bewaakt de afspraken met betrekking tot begroting, planning en inzet.
B.3 Het bijdragen aan de ontwikkeling van beleid, producten en programma’s Volgt en signaleert relevante ontwikkelingen op het terrein van de kunstzinnige vorming. Levert bijdragen aan beleidsontwikkeling, marktanalyses en aan de ontwikkeling van nieuw aanbod en marktontwikkelingsplannen; overlegt met opdrachtgevers en andere instanties over organisatie en uitvoering van projecten. Werkt voorstellen uit in projectbeschrijvingen.
Beschrijving van de functie Functiebenaming: docent Functie-eisen: HBO-niveau Taken
Het verzorgen van de inhoud van onderwijsactiviteiten
Het geven van de onderwijsactiviteiten
Het bijdragen aan de ontwikkeling van KV-producten en -programma’s
Het verrichten van overige werkzaamheden
Beschrijving van de taken
B.1 Het verzorgen van de inhoud van onderwijsactiviteiten Verzorgt het (meerjaren)leerplan; stemt het leerplan af met leiding en collega’s. Bepaalt vanuit het leerplan de inhoud van de onderwijsactiviteiten. Zorgt voor les- en documentatiemateriaal.
B.2 Het geven van de onderwijsactiviteit Bereidt de activiteit voor; stemt af op het niveau van de groep. Geeft de onderwijsactiviteit; doet voor en stuurt bij. Zorgt voor variatie in presentatie en lesvorm. Houdt rekening met persoonlijkheid en doelstelling deelnemers. Bespreekt regelmatig de vorderingen met (ouders van) deelnemers en evalueert de onderwijsactiviteit; stelt eventueel leerdoelstellingen bij. Organiseert kunstuitingen van en voor deelnemers.
B.3 Het bijdragen aan de ontwikkeling van KV-producten en -programma’s Volgt en signaleert relevante ontwikkelingen op het terrein van de kunstzinnige vorming. Levert bijdragen aan marktanalyses, de ontwikkeling van nieuw aanbod en marktontwikkelingsplannen; overlegt met opdrachtgevers en andere instanties over organisatie en uitvoering van projecten. Werkt voorstellen uit in projectbeschrijvingen.
B.4 Het verrichten van overige werkzaamheden Woont diverse overlegvormen bij. Houdt ontwikkelingen op het vakgebied bij; neemt deel aan na- en bijscholing. Levert bijdragen aan evenementen/instellingsactiviteiten.
Beschrijving van de functie Functiebenaming: Balletbegeleider Functie-eisen: MBO-niveau Taken
Het instrumentaal begeleiden van lessen
Het bijhouden van ontwikkelingen op het vakgebied
Het verrichten van overige werkzaamheden
Beschrijving van de taken
B.1 Het instrumentaal begeleiden van lessen Begeleidt klassieke balletlessen en andere lesvormen op piano en andere instrumenten. Zorgt waar nodig voor improvisatie en zorgt ervoor dat het karakter van de oefening muzikaal wordt ondersteund. Past gedurende de oefening tempo en sfeer aan en legt andere accenten als de docent dit aangeeft. Verzorgt de instrumentale begeleiding van uitvoeringen.
B.2 Het bijhouden van ontwikkelingen op het vakgebied Houdt ontwikkelingen binnen het vakgebied bij.
B.3 Het verrichten van overige werkzaamheden Voert periodiek overleg met de docent over het afstemmen van het spel op de oefeningen en de samenwerking tussen docent en begeleider.
Bijlage IVb Reglement benoembaarheidseisen kunstzinnige vorming
(Vervallen)
Bijlage V Aanvullende rechtspositieregeling voor de ambtenaar behorend tot het onderwijzend personeel in de Kunstzinnige vorming
(Vervallen)
Bijlage Va Afvloeiingsreglement ten behoeve van docenten, consulenten en Balletbegeleiders werkzaam in de Kunstzinnige Vorming
(Vervallen)
Bijlage VI Vervallen
(Vervallen)
Bijlage VIIa Aanstellingskeuring brandweerpersoneel
Onderstaand schema geeft per bijzondere functie-eis aan welke signaalvragen, screeningsinstrumenten en functionele tests bij de aanstellingskeuring gebruikt dienen te worden. De uitwerking van onderstaande onderdelen en de beoordeling hiervan is vastgelegd in de aanstellingskeuring zoals die is ontwikkeld door het Coronel Instituut. Deze uitwerking is te vinden op www.vng.nl.
Bijzondere functie-eis:
Aspect van de belastbaarheid opgenomen mag worden in keuring:
1.Waakzaamheid en oordeelsvermogen
Signaalvragen (mondeling of schriftelijk) naar:bekendheid met aanpassingsprobleem bij onregelmatige diensten,ooit doorgemaakte psychose, schizofrenie, epilepsieaanwezigheid van hoogtevreesaanwezigheid van claustrofobieooit doorgemaakte warmtestuwinggebruik medicatie tegen epilepsie afgelopen 5 jaarhuidig medicijngebruik (mee laten nemen), Inzet gevalideerd screeningsinstrument ter detectie van de huidige aanwezigheid van:hoge mate van slaperigheid (checklist)depressieve klachten (checklist)angstklachten (checklist), Inzet gevalideerde fysiek functionele test ter detectie van: hoogtevrees (laddertest)
2.Emotionele piekbelasting
Signaalvragen (mondeling of schriftelijk) naar: recent doorgemaakt trauma, Inzet gevalideerd screeningsinstrument ter detectie van de huidige aanwezigheid van: posttraumatische stressklachten (checklist)
3.Energetische piekbelasting
Signaalvragen (mondeling of schriftelijk) naar:fysieke activiteit inzetbaarheid (PAR-Q)belangrijkste risicofactoren hart- en vaatziekten (familiair voorkomen HVZ; eerder doorgemaakte- of huidige hartziekte; roken), Inzet gevalideerd screeningsinstrument ter detectie van de huidige aanwezigheid van verhoogd risico op toekomstig HVZ (ter regulering en niet ter afkeuring):te hoge BMI of buikvethoge bloeddrukdiabetes mellitusafwijkingen ECG, Inzet gevalideerde fysiek functionele test die een indruk geeft van het piek-anaerobe inspanningsvermogen. (aanstellingsbrandweertraplooptest)
4.Goed gezichtsvermogen
Signaalvraag (mondeling of schriftelijk) naar: huidige problemen met gezichtsvermogen, Inzet gevalideerd test ter detectie van de huidige aanwezigheid van:onvoldoende scherp zicht (lees en afstand)onvoldoende kleurenzichtonvoldoende mobiliteit nekwervelkolomonvoldoende gezichtsveld
5.Goed gehoorsvermogen
Signaalvraag (mondeling of schriftelijk) naar: huidige problemen met gehoorsvermogen, Inzet gevalideerde test ter detectie van de huidige aanwezigheid van: onvoldoende vermogen om spraak-in-ruis te horen
6.Risico op expositie aan stof, rook, gas of dampen
Signaalvraag (mondeling of schriftelijk) naar:overgevoeligheid huid / huidige huidaandoeningovergevoeligheid longen / huidige klachten luchtweg/longen, Inzet gevalideerde test ter detectie van de huidige aanwezigheid van:mogelijke huidaandoening op armen/handen (eczeem/atopie)mogelijke longaandoening (astma/atopie)
7.Risico op (verspreiding van) infectieziekten
Signaalvraag (mondeling of schriftelijk) naar: geldige inentingen huidige aanwezigheid infectieziekten (Hepatitis, Difterie, Tetanus, Tuberculose, HIV)
8.Tillen/dragen
Signaalvragen (mondeling of schriftelijk) naar:problemen met tillenhuidige nek-, rug- en schouderklachtenproblemen met krachtleverantie met geheven armen, Inzet gevalideerde fysieke, functionele til/draag test (tijdens aanstellingskeuring-brandbestrijdingstest)
9.Knielen/hurken
Signaalvragen (mondeling of schriftelijk) naar: huidige duizeligheidsklachten, Inzet gevalideerde fysieke, functionele kniel/hurk test (tijdens aanstellingskeuring-brandbestrijdingstest)
10.Klimmen/klauteren/traplopen
Signaalvraag (mondeling of schriftelijk) naar: huidige duizeligheidsklachten, Inzet gevalideerde fysieke, functionele klim/klauter test (laddertest) (brandweertraplooptest)
11.Houdingen en krachtleverantie met rug
Signaalvraag (mondeling of schriftelijk) naar: huidige rugklachten
Kort NA aanstelling worden als intredekeuring de volgende basismetingen verricht om latere effecten van mogelijke blootstelling aan factoren van het werk te kunnen aantonen:
longfunctiebepaling met behulp van spirometrie
audiogram afname
Bijlage VIIb Periodiek Preventief Medisch Onderzoek
Onderstaand schema geeft per bijzondere functie-eis aan welke signaalvragen, screeningsinstrumenten en functionele tests bij het Periodiek Preventief Medisch Onderzoek gebruikt dienen te worden. De uitwerking van onderstaande onderdelen en de beoordeling hiervan is vastgelegd in het PPMO zoals die is ontwikkeld door het Coronel Instituut. Deze uitwerking is te vinden op www.vng.nl.
Bijzondere functie-eis:
Aspect van de belastbaarheid opgenomen mag worden in keuring:
1.Waakzaamheid en oordeelsvermogen
Signaalvragen (mondeling of schriftelijk) naar:aanpassingsprobleem door onregelmatige diensten,aanwezigheid van hoogtevreesaanwezigheid van claustrofobiedoorgemaakte warmtestuwing sinds vorige keuringgebruik medicatie tegen epilepsie nu of geslikt sinds vorige keuringhuidig medicijngebruik (mee laten nemen), Inzet gevalideerd screeningsinstrument ter detectie van de huidige aanwezigheid van:hoge mate van slaperigheid (checklist)depressieve klachten (checklist)angstklachten (checklist)hoge werkgerelateerde vermoeidheid (checklist)
2.Emotionele piekbelasting
Signaalvragen (mondeling of schriftelijk) naar: recent doorgemaakt trauma, Inzet gevalideerd screeningsinstrument ter detectie van de huidige aanwezigheid van: posttraumatische stressklachten (checklist)
Bijzondere functie-eis:
Aspect van de belastbaarheid wat opgenomen mag worden in keuring:
3.Energetische piekbelasting
Signaalvragen (mondeling of schriftelijk) naar:fysieke activiteit inzetbaarheid (PAR-Q)belangrijkste risicofactoren hart- en vaatziekten (familiair voorkomen HVZ; eerder doorgemaakte- of huidige hartziekte; roken), Inzet gevalideerd screeningsinstrument ter detectie van de huidige aanwezigheid van verhoogd risico op toekomstig HVZ (ter regulering en niet ter afkeuring):te hoge BMI of buikvethoge bloeddrukdiabetes mellitusafwijkingen ECG, Inzet gevalideerde fysiek functionele test die een indruk geeft van het piek-anaerobe inspanningsvermogen. (brandweertraplooptest)
4.Goed gezichtsvermogen
Signaalvraag (mondeling of schriftelijk) naar: huidige problemen met gezichtsvermogen tijdens werk, Inzet gevalideerd test ter detectie van de huidige aanwezigheid van:onvoldoende scherp zicht (lees en afstand)onvoldoende kleurenzichtonvoldoende mobiliteit nekwervelkolomonvoldoende gezichtsveld
5.Goed gehoorsvermogen
Signaalvraag (mondeling of schriftelijk) naar: huidige problemen met gehoorvermogen tijdens werk, Inzet gevalideerde test ter detectie van de huidige aanwezigheid van: onvoldoende vermogen om spraak-in-ruis te horen
Bijzondere functie-eis:
Aspect van de belastbaarheid wat opgenomen mag worden in keuring:
6.Risico op expositie aan stof, rook, gas of dampen
Signaalvraag (mondeling of schriftelijk) naar:overgevoeligheid huid / huidige huidaandoeningovergevoeligheid longen / huidige klachten luchtweg/longen, Inzet gevalideerde test ter detectie van de huidige aanwezigheid van:mogelijke huidaandoening op armen/handen (eczeem/atopie)mogelijke longaandoening (astma/atopie)
7.Risico op (verspreiding van) infectieziekten
Signaalvraag (mondeling of schriftelijk) naar: huidige aanwezigheid infectieziekten die een gevaar voor anderen kunnen opleveren
8.Tillen/dragen
Signaalvragen (mondeling of schriftelijk) naar:problemen met tillenhuidige nek-, rug- en schouderklachtenproblemen met krachtleverantie met geheven armen, Inzet gevalideerde fysieke, functionele til/draag test (tijdens brandbestrijdingstest)
9.Knielen/hurken
Signaalvragen (mondeling of schriftelijk) naar: huidige duizeligheidsklachten, Inzet gevalideerde fysieke, functionele kniel/hurk test (tijdens brandbestrijdingstest)
10.Klimmen/klauteren/traplopen
Signaalvraag (mondeling of schriftelijk) naar: huidige duizeligheidsklachten, Inzet gevalideerde fysieke, functionele klim/klauter test (tijdens brandbestrijdingstest en brandweertraplooptest)
11.Houdingen en krachtleverantie met rug
Signaalvraag (mondeling of schriftelijk) naar: huidige rugklachten
1-11 met als doel signalering voor begeleiding
Signaalvraag (mondeling):, Is sinds de vorige keuring een nieuwe ziekte of gezondheidsklachten opgelopen die van invloed (kunnen) zijn op de uitvoering van uw werk? , Signaalvraag (schriftelijk) naar:Aanwezigheid chronische ziekten (stofwisseling, psychisch, bewegingsapparaat, hart- en vaataandoeningen, urinewegen/geslachtsorganen, spijsverteringsorganen, tumoren, luchtwegen, huidaandoeningen)Ingeschat eigen werkvermogen nuIngeschat eigen huidige inzetbaarheid gegeven de fysieke en psychologische taakeisendoorgemaakte expositie aan agressie in afgelopen periodedoorgemaakte expositie aan hard geluid in afgelopen periode met acute oorsuizingen of tijdelijke gehoorsvermindering als gevolgdoorgemaakte expositie aan stof, rook, gas of dampen in afgelopen periode, Inzet testen ter monitoring indien aanleiding bestaat om achteruitgang in longfunctie of gehoor aan te kunnen tonen: longfunctiebepaling met behulp van spirometrie audiogram afname