**1..** De gedragingen in het tonen van onvoldoende besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan waarop afstemming kan volgen, worden onderscheiden in:
De verplichting tot het instellen van een alimentatievordering;
Het niet voldoen aan verplichtingen strekkende tot vermindering of beëindiging van bijstand, bijvoorbeeld de verplichting om over te gaan tot boedelscheiding.
De verlaging voor een gedraging genoemd in lid 1 is 10% gedurende drie maanden.
Bij een te snelle intering op het eigen vermogen is de verlaging 20% voor de duur van het aantal maanden dat te snel is ingeteerd.
**2..** De verlaging voor een gedraging genoemd in lid 1 is 10% gedurende drie maanden.
**3..** Bij een te snelle intering op het eigen vermogen is de verlaging 20% voor de duur van het aantal maanden dat te snel is ingeteerd.
Hoofdstuk 3
Artikel 13
Het tonen van onvoldoende besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan
Onderdeel van Afstemmingsverordening