**1..** Eerste categorie:
het niet naar vermogen trachten arbeid in dienstbetrekking te verkrijgen;
het niet dan wel in onvoldoende mate meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot inschakeling in de arbeid, dan wel aan een onderzoek naar de geschiktheid voor scholing op opleiding.
De verlaging voor een gedraging genoemd onder a en b van dit lid is 10% gedurende drie maanden.
**2..** Tweede categorie:
gedragingen die de inschakeling in de arbeid belemmeren;
het niet dan wel niet tijdig voldoen aan een oproep om, in verband met de inschakeling in de arbeid, op een aangegeven plaats en tijd te verschijnen;
het niet dan wel in onvoldoende mate meewerken aan een voor de inschakeling in de arbeid noodzakelijk geachte scholing of opleiding, dan wel aan andere aangewezen activiteiten die de zelfstandige bestaansvoorziening bevorderen.
De verlaging voor een gedraging genoemd onder a, b en c van dit lid is 20% bij het eerste verzuim, bij herhaling treedt een verdubbeling op van de verlaging, die uiteindelijk kan oplopen tot 100%.
**3..** Derde categorie:
het niet aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid;
het door eigen toedoen niet behouden van arbeid in dienstbetrekking
De verlaging voor een gedraging genoemd onder a en b van dit lid is 100% gedurende één maand.
Hoofdstuk 3
Artikel 14
Het geen of onvoldoende medewerking verlenen aan het verkrijgen of behouden van algemeen geaccepteerde arbeid is verdeeld in de volgende categorieën
Onderdeel van Afstemmingsverordening