Bij een ernstige openbare ordeverstoring wordt een gebiedsverbod na het eerste geconstateerde feit uit de feitentabel of een dreiging daartoe opgelegd. De burgemeester motiveert in dit geval in het besluit dat sprake is van gedragingen die zodanig ernstig en ingrijpend zijn voor de openbare orde dat dit het direct opleggen van een gebiedsverbod rechtvaardigt. Van een ernstige openbare ordeverstoring is in ieder geval sprake indien een betrokkene een leidende rol heeft gespeeld bij een in groepsverband gepleegd feit van categorie 2 of 3 van de feitentabel.
Hoofdstuk 2
Artikel 7