Naar hoofdinhoud
1.. Het gebiedsverbod vermeldt het gebied en de periode waarvoor het verbod geldt. 2.. Het gebiedsverbod treedt in werking op het moment van bekendmaking. 3.. Het gebiedsverbod wordt niet langer opgelegd dan noodzakelijk om een ordeverstoring te verhinderen, te beletten of te beëindigen. 4.. De periode van het gebiedsverbod kan ten hoogste 4 weken duren voor feiten uit de feitentabel van categorie 1, ten hoogste 8 weken voor categorie 2 en ten hoogste 12 weken voor categorie 3. Deze periode hoeft niet aaneengesloten te zijn maar kan verspreid worden over 13 maanden. 5.. De duur van de gebiedsverbod wordt bij herhaaldelijke openbare ordeverstoring gerelateerd aan het laatst gepleegde feit. 6.. Indien de persoon, aan wie een gebiedsverbod is opgelegd, binnen 6 maanden na de datum van het besluit, opnieuw de openbare orde verstoort, wordt indien er nog een gebiedsverbod van kracht is, het gebiedsverbod verlengd met ten hoogste 12 weken; als het gebiedsverbod reeds is afgelopen, wederom een gebiedsverbod opgelegd voor ten hoogste 12 weken.

Rechtspraak bij dit artikel