Van het horen van een indiener of belanghebbende kan worden afgezien indien:
de naar voren gebrachte zienswijze kennelijk buiten behandeling dient te blijven,
de indiener heeft verklaard geen gebruik te willen maken van het recht te
worden gehoord, of
aan de naar voren gebrachte zienswijze volledig tegemoet wordt gekomen.
De voorzitter beslist omtrent toepassing van het eerste lid en doet daarvan
mededeling aan betrokkenen.