Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 3

Opdrachtverlening accountantscontrole

Onderdeel van Controleverordening 2015

1.. De accountantscontrole wordt opgedragen aan een door de raad te benoemen accountant. De benoeming van de accountant geschiedt voor een periode van vier jaar; 2.. Het college bereidt in overleg met de raad de aanbesteding van de accountantscontrole voor; 3.. De raad stelt voor de aanbesteding van de accountantscontrole het programma van eisen vast; 4.. De raad stelt voor de aanbesteding van de jaarlijkse accountantscontrole kaders vast, waaronder: de gunningscriteria en de bijbehorende wegingscriteria; de toe te passen goedkeuringstoleranties en afwijkende rapporteringstoleranties bij de controle van de jaarrekening; b. de apart te controleren deelverantwoordingen en de daarbij toe te passen omvangsbasis en goedkeuringstoleranties (en afwijkende rapporteringstoleranties); de inrichtingseisen voor het verslag van bevindingen; de eventueel aanvullende uit te voeren tussentijdse controles; de frequentie en inrichtingseisen van de aanvullende tussentijdse rapportering. 5.. Voor ieder afzonderlijk te controleren begrotingsjaar stelt de auditcommissie vast: de posten van de jaarrekening en deelverantwoordingen met bijbehorende afwijkende rapporteringtoleranties, waaraan de accountant bij zijn controle specifiek aandacht dient te besteden; de gemeentelijke producten en/of organisatie-eenheden met bijbehorende afwijkende rapporteringtoleranties, waaraan de accountant bij zijn controle specifiek aandacht dient te besteden. 6.. De raad legt in het controleprotocol nadere aanwijzingen voor de accountant vast over de reikwijdte van de accountantscontrole op de jaarrekening, de daarvoor geldende normstellingen en de daarbij te hanteren goedkeurings- en rapporteringstoleranties.

Rechtspraak bij dit artikel