Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 4

Inrichting accountantscontrole

Onderdeel van Controleverordening 2015

1.. De accountant bepaalt binnen het kader van de opdrachtverlening de wijze waarop de accountantscontrole wordt ingericht, evenals de aard en de omvang van de daarbij behorende werkzaamheden; 2.. De accountant bepaalt binnen het kader van de opdrachtverlening de frequentie van de uit te voeren controles; 3.. Ter bevordering van een efficiënte en doeltreffende accountantscontrole vindt periodiek afstemmingsoverleg plaats tussen de accountant en de auditcommissie, de portefeuillehouder financiën, de gemeentesecretaris en de concerncontroller.

Rechtspraak bij dit artikel