**1..** Het is verboden zonder een door de burgemeester verleende ontheffing ter bescherming van het woon- en leefklimaat een horecalokaliteit/bedrijf te exploiteren.
**2..** Een ontheffing woon- en leefklimaat als bedoeld in het eerste lid vervalt en is opnieuw vereist:
indien een horecabedrijf een jaar of langer niet feitelijk is geëxploiteerd;
indien het bedrijfskarakter van een horecabedrijf is gewijzigd;
indien een horecabedrijf is uitgebreid met één of meer lokaliteiten van 25 m2 of meer of de oppervlakte van één of meer lokaliteiten is vergroot met 25 m2 of meer;
indien een aanvraag voor de oprichting dan wel de herinrichting van een terras wordt ingediend.
**3..** Een ontheffing als bedoeld in het eerste lid wordt slechts dan verleend, indien het exploiteren van het horecabedrijf naar het oordeel van de burgemeester niet zal leiden tot overconcentratie van horecabedrijven in de nabije omgeving dan wel anderszins onaanvaardbare aantasting van het woon- en leefklimaat in een straat of buurt of verstoring van de openbare orde, veiligheid of zedelijkheid tot gevolg zal hebben.
**4..** Bij toepassing van het vorige lid houdt de burgemeester rekening met:
het karakter van de straat of de buurt, waarin het horecabedrijf is gelegen of zal komen te liggen;
het bedrijfskarakter van het horecabedrijf;
de spanning, waaraan het woon- en leefklimaat in een straat of buurt reeds bloot staat of bloot zal komen te staan door de exploitatie van het horecabedrijf;
de openbare orde en veiligheid, hieronder begrepen de veiligheid op de weg.
planologische regelingen.
**5..** Bij de toepassing van het derde en vierde lid wordt nagegaan of een weigering voorkomen kan worden door het stellen van voorschriften.
**6..** een aanvraag voor een ontheffing woon- en leefklimaat kan alleen gedaan worden indien tegelijkertijd door dezelfde aanvrager(s) bij burgemeester en wethouders een aanvraag gedaan wordt voor een vergunning op grond van artikel 3 Drank- en Horecawet voor exploitatie van een alcoholhoudend horecabedrijf of bij de burgemeester een aanvraag gedaan wordt voor een verlof op grond van artikel 5 van deze verordening voor exploitatie van een alcoholvrij horecabedrijf;
bij een aanvraag tot wijziging van een ontheffing woon- en leefklimaat dient de aanvrager onder andere te beschikken over een geldige vergunning op grond van de Drank- en Horecawet of over een geldig verlof op grond van artikel 5 van deze verordening;
een ontheffing woon- en leefklimaat, aangevraagd op grond van het genoemde onder a, wordt niet verleend of wordt beschouwd als niet te zijn verleend indien blijkt dat de vergunning op grond van artikel 3 van de Drank- en Horecawet, respectievelijk het verlof op grond van artikel 5 van deze verordening, niet verleend kan worden.
Artikel 4.
Exploitatie van een horecalokaliteit/bedrijf
Onderdeel van Horecaverordening Hilversum 2003