Naar hoofdinhoud

Artikel 5.

Het verstrekken van alcoholvrije drank en/of eetwaren

Onderdeel van Horecaverordening Hilversum 2003

1.. Het is verboden zonder verlof van de burgemeester in een horecabedrijf alcoholvrije drank en/of eetwaren te verstrekken anders dan krachtens een vergunning op grond van de Drank- en Horecawet. 2.. Het in het eerste lid vervatte verbod geldt niet: voor bedrijfskantines, voorzover het gaat om dienstverlening aan personeel; voor middelen van vervoer tijdens hun gebruik als zodanig. 3.. Een verlof als bedoeld in het eerste lid wordt geweigerd, indien de leidinggevende: onder curatele staat; in enig opzicht van slecht levensgedrag is; de leeftijd van eenentwintig jaar niet heeft bereikt; niet voldoet aan de eisen, die bij of krachtens artikel 8, derde lid van de Drank- en Horecawet worden gesteld ten aanzien van de leidinggevende; 4.. Een verlofaanvraag ten aanzien van een inrichting, waarvan het verlof op grond van het artikel 3, lid 7 onder c van deze verordening, is ingetrokken, kan gedurende een bij die intrekking vastgestelde termijn van ten hoogste vijf jaar worden geweigerd. 5.. Een verlof als bedoeld in het eerste lid vervalt en is opnieuw vereist: a. sedert haar verlening onherroepelijk is geworden, zes maanden zijn verlopen, zonder dat handelingen zijn verricht met gebruikmaking van het verlof; indien een horecabedrijf een jaar of langer niet feitelijk is geëxploiteerd; indien het bedrijfskarakter van een horecabedrijf is gewijzigd; de verlening van een verlof, strekkende tot vervanging van eerstbedoelde verlof, van kracht is geworden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel