Voor de bepaling of sprake is van voldoende functioneren wordt het functioneren getoetst aan de vraag of het functioneren volgens de beoordeling conform artikel 24a:1:1:4 lid 2 en 3 van de jaargesprekregeling voldoet aan de verwachtingen wat betreft werkresultaten en competentieresultaten.
Een periodieke verhoging vindt in beginsel plaats voor zover hij sinds de aanstelling het maximumsalaris van de voor hem geldende schaal nog niet heeft bereikt, voor de eerste maal met ingang van de eerste dag van de maand waarin zijn aanstelling of zijn promotie een jaar is verstreken en nadien telkens nadat 12 maanden zijn verstreken.
Indien het jaargesprek niet (tijdig) plaatsvindt wordt de periodiek op grond van artikel 24a:1:1:2 lid 2 van de jaargesprekregeling eveneens toegekend, tenzij het uitstel is te wijten aan de ambtenaar.
Het tijdstip waarop een periodieke verhoging wordt toegekend kan worden vervroegd indien daartoe naar het oordeel van het college aanleiding bestaat.