De duur van het vakantieverlof bedraagt 158,4 uren per jaar voor een ambtenaar met een volledig dienstverband. Daarvan is 14,4 uur buitenwettelijk verlof.
De in het eerste lid vastgestelde duur van het vakantieverlof wordt verhoogd:
- - ingaande het kalenderjaar waarin de ambtenaar de leeftijd van 35 jaar bereikt en verder elke vijf jaar later, het laatst ingaande het kalenderjaar waarin hij de leeftijd van 50 jaar bereikt, telkens met 7,2 uren;
- - voor minderjarige ambtenaren:
- - voor ambtenaren die op 31 december van enig jaar 18 jaar of jonger zijn, met 21,6 uren (drie keer 7,2 uren);
- - voor ambtenaren die in enig jaar 19 jaar worden, met 14,4 uren (twee keer 7,2 uren);
- - voor ambtenaren die in enig jaar 20 jaar worden, met één keer 7,2 uren.
Jaarlijks kan het college, in overleg met de Ondernemingsraad, maximaal 3 werkdagen als verplicht vrije dagen aanwijzen. Indien het college van deze mogelijkheid gebruik maakt wordt dit voorafgaand aan het kalenderjaar waarop de aanwijzing betrekking heeft, aan medewerkers kenbaar gemaakt. Het verloftegoed van de medewerker wordt – na opdracht daartoe van de medewerker via de digitale verlofkaart - verminderd met het aantal uren dat de medewerker gebruikelijk op de aangewezen dagen had gewerkt.
Indien een ambtenaar op verplicht vrije uren als bedoeld in het vierde lid moet werken wordt aan hem niet om die reden extra compensatie verstrekt.