Als er iets verandert in uw situatie, kan dat gevolgen hebben voor de hoogte of duur van uw uitkering. U bent daarom verplicht deze informatie direct aan uw contactpersoon en de bedrijfs- c.q. verzekeringsarts door te geven. De meest voorkomende veranderingen die u moet doorgeven, zijn:

Veranderingen in uw werk of inkomsten

  • - U gaat (meer of minder) verdienen.
  • - U stopt met werken.
  • - U krijgt andere inkomsten dan loon. Bijvoorbeeld een aanvulling op uw uitkering.

Deze veranderingen moet u aan de contactpersoon doorgeven binnen 24 uur nadat deze bij u bekend had kunnen zijn.

Verandering vanwege uw gezondheid

  • - Uw gezondheid verbetert of gaat achteruit.

Deze verandering moet u aan de bedrijfs- c.q. verzekeringsarts doorgeven binnen 24 uur nadat deze bij u bekend had kunnen zijn.

Veranderingen in uw leefsituatie

  • - Uw persoonlijke situatie verandert. U gaat bijvoorbeeld verhuizen. Of u krijgt een nieuw rekeningnummer. U gaat naar een ander woon of verblijfadres in Nederland. Bijvoorbeeld omdat u tijdelijk wordt opgenomen in een ziekenhuis, verpleeghuis of inrichting. Of omdat u met vakantie gaat.
  • - U wordt gedetineerd.

Deze veranderingen moet u aan de contactpersoon en de bedrijfs- c.q. verzekeringsarts doorgeven binnen 48 uur nadat deze bij u bekend hadden kunnen zijn.

Verblijf in het buitenland

  • - U gaat naar een woon- of verblijfadres buiten Nederland.

Deze verandering moet u uiterlijk 7 dagen voor vertrek doorgeven aan de contactpersoon en de bedrijfs- c.q. verzekeringsarts.

Twijfelt u over wat u wel of niet moet doorgeven? Neem dan contact op met de contactpersoon.