van het openbare net van de nutsvoorzieningen
De in de artikelen 2.7.1, 2.7.2, 2.7.3 en 2.7.4 bedoelde afstand
moet worden gemeten langs de kort-ste lijn waarlangs een aansluiting
zonder bezwaren kan worden gemaakt en tot het deel van het bouwwerk
dat zich het dichtst bij een leiding van het distributienet bevindt.
Hierbij moeten bouwwerk-en die zich tezamen op één erf of terrein
bevinden, als één bouwwerk worden beschouwd.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 7
Artikel 2.7.7
Wijze van meten van de afstand tot de leidingen
Onderdeel van Bouwverordening 2010