1. Algemeen
1.Ten aanzien van belanghebbenden, die naar het oordeel van het college blijk geven van een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan dan wel de uit deze wet, dan wel de wet Suwi, voortvloeiende verplichtingen niet of onvoldoende nakomen, wordt de bijstand afgestemd op dit tekortschietend besef van verantwoordelijkheid en wordt de ernst van het verwijtbare gedrag onderverdeeld in de navolgende categorieën.
2. Categorieën
a.Categorie 1
Het niet, dan wel onvoldoende nakomen van de aan de bijstand verbonden verplichtingen en voorwaarden, dan wel het niet, dan wel onvoldoende verlenen van gevraagde medewerking aan de uitvoering van de wet die nodig is voor een adequate en juiste wetstoepassing en een efficiënte gemeentelijke uitvoering. Daaronder wordt in ieder geval verstaan:
niet ingeschreven staan of blijven bij de Centrale organisatie Werk en Inkomen (CWI);
het niet onverwijld uit eigen beweging of binnen de door of namens het college of het CWI daartoe gestelde termijn verstrekken van informatie die van belang is of kan zijn voor de verlening van bijstand of de voortzetting hiervan;
het niet of niet tijdig voldoen aan een oproep om in verband met de inschakeling in de arbeid of (sociale) activering of ter informatieverstrekking op een aangegeven plaats en tijdstip te verschijnen in verband met de uitvoering van de wet;
het niet op verzoek tonen van een identiteitsbewijs;
het niet of niet tijdig vooraf schriftelijk toestemming vragen om op vakantie te gaan, waarbij onder tijdig wordt verstaan minimaal twee weken voor de vakantie aanvangt;
het langer dan is toegestaan met vakantie gaan;
het niet of niet tijdig melden via het rechtmatigheidsonderzoekformulier van het verrichten van vrijwilligerswerk of wijzigingen daarin.
Categorie 2
Het niet of onvoldoende meewerken aan (de voorbereiding op) de arbeidsinschakeling en (sociale) activering waaronder begrepen onderzoek naar de mogelijkheden daartoe of deze belemmeren, dan wel niet of onvoldoende meewerken aan het bewerkstelligen van mogelijke verlaging van de te verstrekken bijstand. Daaronder wordt in ieder geval verstaan:
het niet of in onvoldoende mate meewerken aan onderzoek naar mogelijkheden met betrekking tot scholing, (sociale) activering en/of arbeidsinschakeling;
een aangeboden trajectplan niet ondertekenen of niet of niet tijdig retourneren;
het niet of onvoldoende trachten arbeid in dienstbetrekking te verkrijgen;
gedragingen die de inschakeling in de arbeid belemmeren;
het niet of onvoldoende meewerken aan noodzakelijke scholing of opleiding;
het niet voldoen aan verplichtingen, niet zijnde die op grond van hoofdstuk 2 van de wet, die het college op grond van artikel 55 van de wet oplegt aan belanghebbende;
het niet vragen van alimentatie conform artikel 56 van de wet indien de verplichting hiertoe door het college is opgelegd;
het niet of onvoldoende meewerken aan de uitvoering van aan de bijstand te verbinden dan wel verbonden verplichtingen zoals bedoeld in artikel 57 van de wet;
het als zelfstandige verwijtbaar niet komen tot een doelmatige bedrijfsvoering of beroepsuitoefening dan wel het niet voeren van een behoorlijke administratie;
het niet behoorlijk meewerken aan het vestigen van een krediethypotheek of andere zekerheidstelling.
Categorie 3
Het in ernstige mate verwijtbaar handelen ten aanzien van het verkrijgen of behouden van algemeen geaccepteerde arbeid of een andere vorm van inkomen. Daaronder wordt in ieder geval verstaan:
het niet aanvaarden of door eigen toedoen niet verkrijgen van algemeen geaccepteerde arbeid;
het door eigen toedoen niet behouden van algemeen geaccepteerde arbeid;
het door eigen toedoen verwijtbaar verliezen of niet verkrijgen van een inkomstenbron, anders dan onder lid 2;
het weigeren van deelneming aan een door de gemeente aangeboden workfirsttraject.
Hoofdstuk
Artikel 2
Indeling in categorieën met betrekking tot bepaalde verwijtbare gedragingen
Onderdeel van Afstemmingsverordening Wet werk en bijstand gemeente Kapelle