**1..** Het tarief voor de belasting als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a, bedraagt voor een recreatie-object per perceel per belastingjaar € 140,31.
**2..** Het tarief voor de belasting als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a, bedraagt voor woningen per perceel per belastingjaar € 280,61.
**3..** Het tarief voor de belasting als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a, bedraagt voor niet-woningen per perceel per belastingjaar:
indien de in artikel 5, tweede lid, bedoelde waarde in het economische verkeer niet meer bedraagt dan € 500.000,-- : € 280,61;
indien de in artikel 5, tweede lid, bedoelde waarde in het economische verkeer meer bedraagt dan € 500.000,-- : € 280,61, verhoogd met 0,0099% van de waarde in het economische verkeer.
**4..** Het tarief voor de belasting als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder b, bedraagt voor woningen per perceel per belastingjaar € 70,15.
**5..** Het tarief voor de belasting als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder b, bedraagt voor niet-woningen per perceel per belastingjaar:
indien de in artikel 5, tweede lid, bedoelde waarde in het economische verkeer niet meer bedraagt dan € 500.000,-- : € 70,15;
indien de in artikel 5, tweede lid, bedoelde waarde in het economische verkeer meer bedraagt dan € 500.000,-- : € 70,15, verhoogd met 0,0099% van de waarde in het economische verkeer.
**6..** Belastingbedragen van minder dan € 5,- worden niet opgelegd.
**7..** Voor de toepassing van het vorige lid wordt het totaal van op één aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen rioolheffing of andere heffingen aangemerkt als één belastingbedrag.