Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 10

Behandeling van de interne melding door de werkgever

Onderdeel van Regeling melden vermoeden misstand

De directie stelt altijd onverwijld een vooronderzoek in naar het gemelde vermoeden van een misstand. De uitkomst kan zijn dat: het vermoeden niet gebaseerd is op redelijke gronden of op voorhand duidelijk is dat het gemelde geen betrekking heeft op een vermoeden van een misstand of de melding van onvoldoende gewicht is. Als de directie besluit op grond van het vooronderzoek geen feitenonderzoek in te stellen, informeert hij de melder schriftelijk binnen twee weken na de interne melding. Daarbij wordt aangegeven waarom geen onderzoek wordt ingesteld. De directie beoordeelt of een externe instantie (bijvoorbeeld de instantie die belast is met opsporen van strafbare feiten) van de interne melding van een vermoeden van een misstand op de hoogte moet worden gebracht. Indien de directie een externe instantie op de hoogte stelt, stuurt hij de melder hiervan een afschrift tenzij het onderzoeksbelang of het handhavingsbelang daardoor kan worden geschaad. De directie draagt het onderzoek op aan onderzoekers die onafhankelijk en onpartijdig zijn. Als de directie een externe instantie op de hoogte gesteld heeft van de interne melding, kan hij voor het onderzoek aansluiten bij het onderzoek dat deze externe instantie (mogelijk) laat verrichten. De directie informeert de melder onverwijld en schriftelijk dat een onderzoek is ingesteld en door wie het onderzoek wordt uitgevoerd. De directie informeert de personen op wie een melding betrekking heeft over de melding, tenzij het onderzoeksbelang of het handhavingsbelang daardoor kan worden geschaad.

Rechtspraak bij dit artikel