Om voor een subsidie in aanmerking te komen moet een plaatselijke instelling:
aangesloten zijn bij een landelijke en/of provinciale bond of federatie;
een contributie van de leden heffen, waarvan de opbrengst tenminste € 22,69
per lid per jaar bedraagt;
c.voor zover het betreft harmonieën, fanfares, brassbands, tamboeren
majorettenkorpsen, indien burgemeester en wethouders dat verzoeken,
gratis meewerken aan of optreden bij de viering van verjaardagen van leden
van het koninklijk huis, bij nationale feestdagen en/of andere gelegenheden;
d.tenminste 10 werkende leden hebben.
2. a. Instellingen die op grond van de artikelen 7, 8 of 9 van dit een gemeentelijk
subsidie ontvangen, zijn verplicht om éénmaal per vijf aaneengesloten jaren
aan een onder auspiciën en reglementering van de landelijke en/of provinciale
bond of federatie, waarbij de betreffende instelling is aangesloten, te houden
concoursen deel te nemen.
b.Ten aanzien van de instellingen, die op grond van de artikelen 7 of 8 van dit
hoofdstuk een gemeentelijk subsidie ontvangen, worden de volgende
kwaliteitscriteria gehanteerd op basis waarvan het totaal van het door die
plaatselijke instellingen te ontvangen totaal-subsidie wordt berekend:
Voor de plaatselijke harmonie-, fanfarekorpsen, brassbands, drumfanfares en drumbands bij de indeling in:
3e afdeling 80% van het totaal-subsidie, zoals bedoeld in de artikelen 7 of 8
van deze verordening;
2e afdeling 90% idem
1e afdeling 100% idem
afd. uitmuntendheid 105% idem
ereafdeling 110% idem
afd. superieur 120% idem.
Ten aanzien van de instellingen, die op grond van artikel 9 van dit hoofdstuk een gemeentelijk subsidie ontvan-gen, worden de volgende kwaliteitscriteria gehanteerd op basis waarvan het van het door die instellingen te ont-vangen subsidie wordt berekend: Voor de plaatselijke majorettenkorpsen bij de indeling in de:
jeugddivisie 80% van het totaal-subsidie, zoals bedoeld in artikel 9 van deze verordening;
3e divisie 90% idem
2e divisie 100% idem
1e divisie 110% idem
eredivisie 120% idem.
3.Aanvullend op of in afwijking van het bepaalde in de artikelen 7 en 8 van de
"Algemene subsidieverordening Kapelle 1982" dienen de plaatselijke instellingen
die voor een subsidie in aanmerking willen komen onder meer de volgende stukken over te leggen:
Voor de berekening van het voorlopig subsidie:
zo mogelijk een werk- of activiteitenplan.
Voor de berekening van het definitief subsidie:
een jaarrekening over het jaar waarover subsidie is verstrekt, vergezeld van de balans, voorzien van een toelich-ting en getekend door het bestuur;
4.Voor de regionale vrijwilligersinstellingen zijn de bijzondere subsidievoorwaarden,
genoemd onder punt l, leden a en b van dit artikel overeenkomstig van toepassing.
Tevens dient de regionale vrijwilligersinstelling te beschikken over leden
woonachtig in de gemeente Kapelle.
5.Als aantal leden en aantal bespeelde instrumenten in de zin van dit hoofdstuk wordt
aangemerkt het gemiddelde van het aantal in Kapelle woonachtige leden en het
aantal bespeelde instrumenten per 1 januari en 1 september van het jaar, waarover
subsidie wordt aangevraagd.
Hoofdstuk 3
Artikel 6
Bijzondere subsidievoorwaarden
Onderdeel van Deelverordening subsidiegrondslagen welzijn 1992