**1..** Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening dan wel pgb, zolang de cliënt van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt.
**2..** De bijdrage in de kosten voor een voorziening in de vorm van een pgb is verschuldigd zolang de hierna volgende afschrijvingstermijnen niet zijn verstreken:
7 jaar voor vervoersvoorzieningen;
7 jaar voor roerende woonhulpmiddelen;
10 jaar voor woningaanpassingen, niet zijnde een aanbouw;
15 jaar voor een woningaanpassing in de vorm van een aanbouw.
**3..** De bijdrage, dan wel het totaal van de bijdragen, is gelijk aan de kostprijs met een maximum van € 17,50 per vier weken voor de cliënt of de gehuwde cliënten tezamen, tenzij overeenkomstig artikel 2.1.4, derde lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 of het vijfde, respectievelijk zesde lid van dit artikel geen of een lagere bijdrage is verschuldigd.
**4..** De kostprijs van een:
maatwerkvoorziening wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder;
pgb is gelijk aan de hoogte van het pgb.
**5..** Geen bijdrage is verschuldigd voor:
onderhouds- en reparatiekosten van roerende woonvoorzieningen die in eigendom of bruikleen worden verstrekt;
een maatwerkvoorziening of pgb ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt;
dovenmaatschappelijk werk.
**6..** Met in achtneming van het in lid 1 tot en met 5 bepaalde, legt het college in het Besluit de hoogte van de eigen bijdrage per soort maatwerkvoorziening, respectievelijk categorie hulpmiddel vast.
**7..** In de gevallen, bedoeld in artikel 2.1.4, zevende lid, van de wet, worden de bijdragen voor een maatwerkvoorziening of pgb door het Centraal administratie kantoor (CAK) vastgesteld en geïnd.
HOOFDSTUK 4
Artikel 14
Bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen en pgb's
Onderdeel van VERORDENING MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING 2018