Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 21

Bevoegdheden algemeen bestuur

Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling RUD

1.. Met betrekking tot de uitoefening van de in Hoofdstuk 2 genoemde taken berust bij het algemeen bestuur krachtens een mandaatbesluit van de deelnemer(s) alle bevoegdheid, die niet bij of krachtens deze regeling aan het dagelijks bestuur of aan de voorzitter is opgedragen. 2.. Naast de uitoefening van taken en bevoegdheden op grond van het elders in deze regeling bepaalde, is het algemeen bestuur in ieder geval belast met en bevoegd tot: Het doen van voorstellen aan de deelnemers omtrent toetreding tot, uittreding uit, wijziging van of opheffing van de regeling; Het doen van uitgaven voordat de begroting of begrotingswijziging, waarbij deze uitgaven zijn geraamd, is goedgekeurd; Het vaststellen van de productencatalogus en het wijzigen van het takenpakket; Het vaststellen van een organisatiereglement, waarin de hoofdstructuur van de organisatie, de taken, de bevoegdheden en de werkwijze van de directeur en de ambtelijke organisatie worden geregeld; Het vaststellen van een rechtspositie- en arbeidsvoorwaardenregeling, die op het personeel van de Regionale Uitvoeringsdienst van toepassing is, nadat daarover overleg met het Georganiseerd Overleg is gevoerd.

Rechtspraak bij dit artikel