Het merendeel van alle aanvragen voor een omgevings-vergunning betreft een klein bouwplan zoals een schuurtje, een serre, een uitbouw, een dakkapel of bijvoorbeeld een carport. Voor deze kleinere bouwplannen zijn criteria van toepassing die vooraf duidelijkheid geven of het bouwplan redelijkerwijs past in de omgeving.
In het geval van een vergunningvrij bouwplan wordt niet vooraf getoetst aan de criteria. Er kan wel sprake zijn van een exces, waardoor achteraf toezicht nodig is.
Geen beoordeling (welstandsvrij, tenzij)
Het bouwen aan de voorkant is in het algemeen van grotere invloed dan het bouwen aan de achterkant. Met het oog op behoud van kwaliteit worden bouwwerken aan de voorkant altijd kritischer beoordeeld.
Bij woningen* vindt vooraf geen beoordeling plaats voor kleine bouwplannen in het achtererfgebied. Dit geldt voor bijbehorende erfbebouwing, dakkapellen, kozijn- en gevelwijzigingen en rolhekken en -luiken.
Deze bouwwerken op het achtererf zijn dus welstandsvrij, tenzij er sprake is van een exces, waardoor achteraf toezicht nodig is. Voor de definitie van het achtererfgebied sluit deze nota aan bij de definitie zoals bedoeld in bijlage II van het Besluit omgevingsrecht. Daarin wordt met ‘achtererfgebied’ het erf bedoeld achter de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 1.00 meter achter de voorkant en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied, zonder het hoofdgebouw opnieuw te doorkruisen of in het erf achter het hoofdgebouw te komen. Ook openbaar toegankelijk vaarwater wordt aangemerkt als openbaar toegankelijk gebied.
Ambtelijke beoordeling
Het bestemmingsplan treedt in eerste instantie regelend op voor wat betreft gebruik, situering en maximale afmetingen.
Als het bestemmingsplan geen belemmering oplevert wordt een klein bouwplan zoals bedoeld in dit hoofdstuk ambtelijk beoordeeld aan de criteria.
Dat betekent dat ambtelijk wordt gekeken of het uiterlijk van een bouwwerk past binnen de omgeving. Als het bouwplan afwijkt van de gestelde criteria, of als sprake is van een monument of andere bijzondere situatie, of bij twijfel over de toepasbaarheid van de criteria dan kan het bouwplan alsnog voor advies aan de welstandscommissie worden voorgelegd. De welstandscommissie beoordeelt het plan dan ook aan de algemene en de gebiedsgerichte uitwerkingen.
Alle kleine bouwwerken voldoen in principe als:
het bouwwerk qua plaatsing, vormgeving en materiaalgebruik gelijk is aan een bestaand bouwwerk in het betreffende aaneengesloten bouwblok (bij gelijkvormige kapvorm/gebouwtype), waarvoor een vergunning is verleend, of;
het bouwwerk qua plaatsing, vormgeving en materiaalgebruik voldoet aan een door een architect vooraf ontworpen exemplaar behorende bij een uitbreiding, waarvan het bouwplan deel uitmaakt en waarvoor reeds een positief advies is gegeven, of;
het bouwwerk voldoet aan de criteria voor kleine bouwwerken zoals opgenomen in deze nota.
Bouwplannen met een tijdelijk karakter die kennelijk voor permanent gebruik zijn (zoals (zee)containers) worden niet beoordeeld aan de hand van deze criteria. Als er voor een bepaald type bouwplan geen criteria zijn opgenomen zal het bouwplan door de welstandscommissie worden beoordeeld op basis van de algemene en gebiedsgerichte criteria opgenomen.
Tenzij anders aangegeven worden de afstanden loodrecht en maten buitenwerks (buitenzijde gebouw) gemeten.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.1